Video Determinatie

Riet - Phragmites australis

Een zeer algemene grote grassoort die hele kragen kan vormen langs onze zoete wateren, is Riet, Phragmites australis. Riet is goed herkenbaar, ook als het niet bloeit, aan het tongetje dat uit haren bestaat. Op de overgang van de bladschede naar de bladschijf staat een groot aantal haren. De brede bladeren vertonen een dwarsgolving op wel twee tot drie plaatsen, de zogenaamde duivelsbeet. Tijdens de bloei steken de grote pluimen boven de halmen uit. Na de bloei blijven de resten van de bloeistengel en pluim nog maandenlang zichtbaar. Soms zelfs tot in het voorjaar.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Riet, Phragmites australis (Cav.)Steuder, behoort tot de Grassenfamilie, of Poaceae, en is het grootste gras dat van nature in onze omgeving voorkomt. De plant is prominent aanwezig aan waterkanten, maar je kunt ook exemplaren vinden bij voorbeeld in bossen met natte bodems in beek- en riverdalen. Riet breidt zich op drie manieren uit: door zaad, door diep in de onderwaterbodem doordringende wortelstokken en door forse, meterslange uitlopers, horizontale stengels waarbij op de knopen nieuwe planten ontstaan.

De hoogopschietende blauwgrijze planten kunnen 1-3 m hoog worden. Ze kunnen behoorlijk diep in het water staan, waar ze hele kragen kunnen vormen. De onderwaterdelen worden van zuurstof voorzien door holten en luchtkanalen.

De stengel staat stijf rechtop en het 1-4 cm brede tot 50 cm lange blad met spits toelopende top is grijsgroen. De rand van de bladeren is fijn getand en daardoor zeer scherp. Op de grens van de bladschede en de bladschijf zit een tongetje (ligula) in een krans van haartjes. Ook is Riet goed te erkennen aan de zogenaamde Duivelsbeet, een golving dwars over het blad waar het opgerolde blad voor het uitvouwen tegen een knoop in de stengel zat gedrukt. De planten zijn helemaal kaal, behalve in de bloeiende pluim.

De plant bloeit van juli tot oktober met een 15-40 cm lange, sterk vertakte, purperkleurige of bruinachtige pluim, die rechtop staat of later aan de top kan gaan overhangen. Riet kan daardoor zeer karakteristiek staan wuiven in de wind. De aartjes zijn tot 1,5 cm lang, bevatten twee tot zes bloempjes en zijn erg harig. Tijdens de bloei zie je de bloemetjes open staan en hangen de 2 mm lange helmknoppen naar buiten. Pollen wordt afgegeven aan de lucht. Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een graanvrucht.

Aan het eind van de herfst voor de winter aanvangt sterven de bovengrondse delen af met uitzondering van de stijve stengels. Die worden wel gewonnen om daken mee te bedekken. De oogst vindt meestal plaats nadat het flink gevroren heeft en het maaien gemakkelijk boven het ijsoppervlak kan. Rietmaaiers zorgen er altijd voor dat de afgemaaide stengels tot boven het wateroppervlak blijven uitsteken. Als ze onder water komen te staan, lopen de holtes en luchtkanalen vol water, waardoor het Riet letterlijk verdrinkt en afsterft. De overblijvende oude rietstengels zijn dus nog heel functioneel voor de plant als geheel.

MM_120115

Laatste wijziging 130728

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Phragmites - Phragmites
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
1.00 - 3.00 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
paars, strokleurig, bruin
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
in twee rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
scherp
Ondergronds deel:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Riet is tegenwoordig een echte kosmopolitische soort. Van oorsprong echter was de soort niet inheems in Noord-Amerika. De plant komt tegenwoordig ook in de Verenigde Staten voor als exoot. Daar wordt de plant zelfs als een invasieve soort gezien. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland wordt beschreven hoe Riet bepalend is voor de

08Bb4 Riet-associatie

De plantensoort 'Riet' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Riet is lange tijd gebruikt als dakbedekking en werd als zodanig tijdens de winter geoogst als plassen en stagnerende rivierarmen bevroren zijn.

Nog meer informatie over de ecologie van Riet en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 190.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 239. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 290.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 277.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Phragmítes austrális