In de Lisdoddefamilie is tegenwoordig de Egelskopfamilie opgenomen. Het gaat om kruidachtige moeras- of waterplanten met ondergrondse wortelstokken. De bladeren zijn lijnvormig.
Tot de Teunisbloemfamilie behoort een aantal plantengeslachten en -soorten met kleurrijke bloemen. Het zijn vooral landplanten, maar ook een aantal water- en moerasplanten hoort ertoe.
Heifamilie of Ericaceae omvat tegenwoordig ook de plantensoorten die voorheen waren ondergebracht in de Wintergroenfamilie en de Kraaiheifamilie. Ze bestaat uit altijd groen blijvende dwergstruiken of kruiden. De bladeren zijn enkelvoudig en vaak klein en soms wat leerachtig ofwel bladachtig. De bloemen zijn in het algemeen regelmatig of enigszins tweezijdig symmetrisch. De vruchten zijn ofwel een doosvrucht of een soms sappige steenvrucht of bes. Opmerkelijk is het bladgroenloze Stofzaad.
Een plant die weinig opvalt maar het vermelden zeker waard is, is Ambrosia of Alsemambrosia . Deze plant is van oorsprong geen Europese soort. Het oorspronkelijk areaal moeten we in Amerika zoeken. De plant is voor het eerst in Nederland aangetroffen in 1875.
De planten uit deze familie, die in onze contreien beperkt is tot één geslacht, namelijk Hertshooi of Hypericum, hebben tegenoverstaande bladeren, waarin vaak witte of zwarte oliedruppels te zien zijn. Soms heel opvallend, waardoor het lijkt dat de bladeren met een naald zijn doorgeprikt als je een blad tegen het licht houdt.
Naast de Linde als boom omvat deze familie vooral kruiden. De bladeren staan verspreid aan de stengels of takken en twijgen en vallen op door hun nervatuur die bijna altijd handvormig is. De bloemen van de plantensoorten uit de familie zijn regelmatig, tweeslachtig en vier- of vijftallig.