Video Determinatie

Krulzuring - Rumex crispus

Als pioniersoort op open plekken,maar ook in grasland en ruigten vind je Krulzuring, Rumex crispus. De planten vallen vooral op door hun lange smalle bladeren die erg aan de rand gekroesd zijn. Daar dankt deze zuringsoort zijn naam aan.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Krulzuring, Rumex crispus L., is een eenhuizige plantensoort uit de Duizendknoopfamilie of Polygonaceae. De Euro-Aziatische soort staat in vochtige graslanden, die tijdelijk overstroomd kunnen zijn, zoals in uiterwaarden van rivieren, langs plassen die als gevolg van kwel drassig tot overstroomd kunnen zijn en dus ook binnendijks.

Krulzuring wordt 0,3-1,5 m hoog, heeft gegroefde stengels en vormt een soms tot een meter lange, weinig vertakte penwortel. Jonge planten groeien langzaam en zijn nogal kwetsbaar, maar wanneer die penwortel gevormd is, is de plant goed bestand tegen wisselende waterstanden en overstroming.

De vier tot acht maal langer dan brede bladeren kunnen tot 40 cm lang worden. Ze zijn donkergroen van kleur en hebben van boven een vlakke bladsteel. Ze zijn lancetvormig en aan de rand sterk gegolfd; dat noemen we wel gekroesd. Aan dit laatste heeft de plant zijn naam te danken. De bladeren staan verspreid aan de stengel.

De Krulzuring bloeit van mei tot oktober met groene tweeslachtige bloemen die in slanke pluimen zijn gerangschikt. Op de 3,5-5 mm lange, eironde tot rondachtige, ongetande vruchtkleppen, dit zijn de binnenste bloemdekbladen zitten meestal knobbels. De vrucht is een 1,5- 1,8 mm breed, driekantig nootje.

Tenslotte komt de plant komt ook nog voor in het zuidwesten van ons land in het Deltagebied en wel op vloedmerk in de vorm van dikke aanspoelselgordels.

MM_120228

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Zuring - Rumex
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.30 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
groen, rood
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvormen:
meertallig (zestallig of meer), regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gegroefd, kantig
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
lancetvormig
Bladranden:
gegolfd, gekroesd
Ondergronds deel:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van de Krulzuring omvat de koude en gematigde streken van Europa en Azië, die inmiddels over de hele wereld verspreid geraakt is. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland deelt de soort in in

12Ba Zilverschoon-verbond

12Ba1 Associatie van Geknikte vossenstaart

32Ba3 Associatie van Strandkweek en Heemst

De plantensoort 'Krulzuring' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Krulzuring kan verschillende typen zaden vormen. Grote zaden worden meestal onder in de plant gevormd, terwijl boven in de plant kleinere zaden ontwikkelen. Deze laatste worden door de wind verspreid. De eerste zijn daarvoor te zwaar en vallen dicht bij de moederplant op de grond. Het is een echt strategische eigenschap van deze plantensoort.

Meer informatie over de ecologie van de Krulzuring en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 153.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 277. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 550.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 405.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Rúmex críspus