Video Determinatie

Zwanenbloem - Butomus umbellatus

Een van de mooiste planten uit de groep van de monocotylen (eenzaadlobbigen) die in ons land voorkomen is wel Zwanenbloem. De wetenschappelijke naam is Bútomus umbellátus. Dat achtervoegsel umbellatus is verwant aan het Engelse umbrella wat regenscherm betekend. Onze Zwanenbloem is dan ook goed herkenbaar aan de fraaie rose-rode, in schermen geplaatste, vrij grote bloemen. Het is een redelijke grote plant, tot wel 1½ meter hoog, met lange bladeren, lijnvormig, maar op doorsnede scherp driekantig. Aan de vorm van de bladeren vinden we vaak kurketrekker-achtige uitlopende bladtoppen. Het is een van onze wettelijk, door de Flora- en fauna-wet van 2002, beschermde planten.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De Zwanenbloem, Bútomus umbellátus L., is de enige soort uit de Zwanenbloemfamilie of Butomaceae. Het is een kruidachtige oeverplant die aan of in het water groeit. Ze heeft stijve, bajonetachtige bladeren, die uit de wortelstok ontspringen en rechtop staan. Aan de onderkant zijn ze driekantig, versmallen geleidelijk en aan de top vallen ze op doordat ze gedraaid zijn. Soms blijven de bladeren helemaal onder water. De bloeiwijze staat op een ronde stengel en valt op doordat ze op een scherm lijkt. Alle bloemstelen ontspringen echter uit de top van de bloemstengel.

De bloemen hebben een roze tot roodbruine kleur. Soms zijn ze wit, maar je ziet altijd een sterke adering. Er is nauwelijks onderscheid tussen de bloemdekbladeren, maar de drie onderste zijn een klein beetje kleiner dan de drie bovenste. De negen meeldraden hebben gele helmknoppen die na elkaar open springen. De zes (tot negen) stampers ontwikkelen zich pas nadat de helmknoppen allemaal geopend zijn en hun pollen hebben afgegeven. De bloemen zijn protandrisch (bloeien eerst mannelijk) en op die manier wordt zelfbestuiving voorkomen. Aan de voet van de bovenstandige vruchtbeginsels wordt nectar afgescheiden, waarmee insecten, o.a. graafwespen, worden aangelokt. De vruchtbeginsels groeien uit tot kokervruchten. Na de bloei sluiten de bloemdekbladeren zich om de uitgroeiende vruchten. In de bloeiwijze tref je lancetvormige toegespitste schutbladen aan. De Zwanenbloem bloeit van juni tot september. De tijd waarin de video-opnamen gemaakt zijn op Terschelling, zoals aan de in beeld komende Brandaris is te zien.

De soort stond op de rode lijst, maar staat sinds 2015 niet meer op de Rode Lijst van beschermde plantensoorten. Het is een zogenaamde hydrophyt en komt voor in het Laagveengebied, het noordelijk kleidistrict en in het rivierengebied. Elders is ze zeer zeldzaam. Ze gedijt, net als de Associatie of plantengemeenschap waartoe ze behoort het beste als de watergang eenmaal per jaar in het najaar wordt geschoond.

MM_110312

Laatste wijziging 210708

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Butomus - Butomus
Plantvorm:
oeverplant
Plantgrootte:
0.30 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
roze
Bloeiwijzen:
tuil, schermvormige tros
Bloemvormen:
meertallig (zestallig of meer), regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
6 bloemdek
Meeldraden:
9 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
6
Stempels:
6
Vrucht:
kokervrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
wortelstandig-verspreid, rijdend
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Zwanenbloem komt voor in geheel Eurazië en in het Atlasgebied van Noord-Afrika. In Noord-Amerika is ze ingevoerd en verdringt daar soms de authentieke oeverbegroeiing. In Nederland is ze algemeen in het jonge land (Holocene afzettingen van west en midden), in het oude land (Pleistoceen) is de plant tamelijk zeldzaam.

Volgens Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, is Zwanenbloem een kensoort van de Riet-klasse [8], en vooral te vinden in de waterplantengemeenschap 8Ab2, Associatie van Egelskop en Pijlkruid.

De plantensoort 'Zwanenbloem' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Door aanpassingen in het wortelstelsel, de vorming van aerenchym, dat zijn luchtkanalen, kan Zwanenbloem zelfs onder zeer anaerobe (=zuurstofloze) bodem-omstandigheden nog voorkomen.

Zwanenbloem was tot 2015 wettelijk beschermd. Niet zo zeer omdat de plant zo weinig in Nederland voorkomt (KFK 888), maar omdat ze door de opvallende bloemen een graag aangeplante soort bijvoorbeeld rond tuinvijvers is. Sinds 2015 is de wettelijke bescherming vervallen, daar het areaal in Nederland niet kleiner geworden is en zich zelfs enigszins uitbreidt.

Wil je nog meer informatie over de ecologie van Zwanenbloem en de relaties met andere organismen en het milieu kijk dan in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 227.

Je kunt deze plant determineren op wetenschappelijke basis met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 82. In deze flora werd nog aangegeven dat de soort op de Rode Lijst staat onder de vermelding 'beschermd'. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland: 102. De wettelijke bescherming is sinds 2015 niet meer van toepassing en in deze flora is derhalve geen Rode Lijst vermelding meer opgenomen.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 764.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Bútomus umbellátus

In het Duitse taalgebied: Schwanenblume, Schwanenblumegewächse; cf Kosmos Naturführer (2017). In Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora, heet de soort daarnaast ook Blumenbinse, Wasserlieschgewächse.