Video Determinatie

Veldlathyrus - Lathyrus pratensis

Aan de uit slechts twee tegenoverstaande deelblaadjes bestaande bladeren met verder aan de top een vertakte rank en twee tamelijk grote steunblaadjes, die spiesvormig zijn herken je de Veldlathyrus, Lathyrus pratensis. De stengels zijn vierkantig en de gele vlinderbloemen staan in meerbloemige trossen op een lange steel.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Binnen de familie van de Vlinderbloemen, of Fabaceae, komt een flink aantal plantensoorten voor met gele vlinderbloemen. De Veldlathyrus, Lathyrus pratensis L., behoort tot deze groep planten.

De even geveerde of veerdelige bladeren hebben slechts één paar elliptisch lancetvormige deelblaadjes en aan de top bevindt zich een rank, waarmee de plant zich in de begroeiing omhoog kan werken tot ongeveer een meter. De deelblaadjes eindigen spits maar hebben geen uittredend puntje. Hoewel de nervatuur van de deelblaadjes van de Vlinderbloemigen in feite veernervig is, denk maar aan de deelblaadjes van Rode en Witte klaver, kun je hier zien dat de nerven enigszins parallel lopen en naar de top van de deelblaadjes buigen. Aan de voet van de bladsteel zitten twee tamelijk grote steunblaadjes. Deze spiesvormige steunblaadjes hebben twee naar achteren gerichte spitsen die links en rechts van de stengel zitten. De stengels zijn als vierkantig te beschouwen met maar heel smalle lijsten of vleugels. De kleur van de bladeren en stengels neigt een beetje naar blauwgroen.

Tegenover de verspreid staande bladeren staat een tros met zo'n 5 tot 12 gele vlinderbloemen. Een enkele keer kan het aantal ook wat kleiner zijn dan vijf. De steel van de tros is tamelijk lang. De bloemen zijn tenminste 10 mm groot. De stijl is afgeplat aan de bovenzijde, dat is de kant die naar de vlag is toegekeerd en daar is de stijl ook behaard.

Als gras- en hooilandsoort vind je Veldlathyrus ook op dijken en in bermen. Een voorwaarde is dan wel dat er niet te vroeg in het seizoen gemaaid wordt.

MM_140519

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Lathyrus - Lathyrus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
-
Bloemvorm:
vlinderbloemtype
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
vierkantig, klimmend, met lijsten
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
even geveerd, met rank
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
wortelknollen (met )
Plantengemeenschappen:

Het areaal van de Veldlathyrus omvat heel Europa met uitzondering van IJsland en Lapland en verder Azië en Noord-Afrika. Het is een algemene soort, die echter niet of in ieder geval veel minder algemeen te vinden is op de zandgronden van de Veluwe, Drenthe en Salland. Het areaal komt redelijk goed overeen met dat van Vogelwikke. Het is een plant van gras- en hooiland, maar ze verdwijnt als de bemesting toeneemt of wanneer er verdroging optreedt door waterstandsverlaging. In nattere duinvalleien, langs struweel en bosranden tref je de soort eveneens aan. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Veldlathyrus beschreven als een soort die te vinden is in de

16 Klasse der matig voedselrijke Graslanden

16Ba2 Associatie van de Grote pimpernel en Weidekervel

De plantensoort 'Veldlathyrus' komt voor in de volgende plantenassociaties:

In de maand juni kan de Veldlathyrus een heel bepalende rol spelen op de wanden van klei- en leemgroeven.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van de Veldlathyrus en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 125-127.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 365. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 345.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 777.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Láthyrus praténsis.