Video Determinatie

Pijptorkruid - Oenanthe fistulosa

Aan de tijdens de bloei opmerkelijke op hoofdjes lijkende schermen herken je Pijptorkruid, Oenanthe fistulosa. Meestal staan zo'n 2 tot 4 schermpjes in de bloeiwijze bij elkaar, maar zonder elkaar te raken. De buitenste bloemen van zo'n schermpje hebben grote witte tot lichtroze kroonbladen. De binnenste bloemen zijn veel minder opvallend met kleinere kroonbladen. De kelktanden zijn tamelijk groot en spits. De boven water of boven de grond rechtopstaande stengels zijn glad en op doorsnede hol en zorgen voor luchttransport naar de wortels. De bladeren zijn weinig opvallend: ze hebben een smalle schede waarmee ze aan de stengels zitten, een tamelijk lange en holle steel en maar heel fijne deelblaadjes, die het blad tot een veerdelig blad maken.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een van de kensoorten van de Rietklasse, dat zijn vegetaties die gedeeltelijk in het water staan, op de oeverzone en natte bodems aanpalend aan de oeverzone, is het Pijptorkruid, Oenanthe fistulosa L., uit de Schermbloemenfamilie.

De meerjarige planten kunnen onder water wortelen of in de natte oeverzone en ook in natte moerasachtige bodem. De wortel is knolvormig verdikt, maar het is geen vertakte wortelstok. Uit die verdikte knolvormige wortel komen de holle stengels te voorschijn. Voor een deel liggen ze op de bodem en kunnen dan weer wortelen op de knopen. Ook vormen ze daar knolletjes die bijdragen aan de verspreiding van de plantensooort. Daarnaast stijgen er holle stengels omhoog. Deze zijn glad en onbehaard en de grote holte zorgt ervoor dat luchtzuurstof tot in de wortels kan komen.

Aan deze holle en opgeblazen stengels staan de veerdelige bladeren verspreid. Ze staan met een niet zo opvallende schede aan de stengels. De bladstelen, die langer zijn dan het deel dat je bladschijf kunt noemen, zijn ook hol. De onderste bladeren zijn 2-3 voudig veerdelig, terwijl de bladeren boven aan de stengels enkel veerdelig zijn en soms zelfs alleen lijnvormig. Voor een soort uit de Schermbloemenfamilie zijn de bladeren eigenlijk weinig ontwikkeld en stellen ze niet zo heel veel voor. De deelblaadjes zijn lijnvormig soms met een zijdeelblaadje. De rand van die deelblaadjes is gaaf.

Aan het eind van de opstijgende stengels ontstaan de schermvormige bloeiwijzen, die meestal bestaan uit twee tot vier schermpjes. Onder het scherm ontbreekt een omwindsel, maar onder ieder schermpje is een krans van omwindseltjes te vinden. De opbouw van een schermpje is heel opvallend en ook afwijkend van wat we kennen bij de meeste schermbloemen. De buitenste bloemen van een schermpje hebben stelen waarop de grote randbloemen met behoorlijk grote kroonbladen staan. In het midden van zo'n schermpje hebben de tweeslachtige bloemen kleine kroonbladen en korte stelen. Die laatste groeien in de dikte uit waardoor zo'n schermpje in het midden erg gaat lijken op een opgezwollen hoofdje, zoals we dat kennen bij de Composieten. De randbloemen met hun grote kroonbladen zijn voornamelijk mannelijk; je vindt er dus bijna alleen maar meeldraden in. De niet in het verlengde van de steel staande zijdelingse schermen zijn meestal enkel bezet met mannelijke bloeiende bloemen. Dat kun je na de bloei goed zien aan het afwijkende uiterlijk ten opzichte van het ene of de twee middelste schermen die wel tweeslachtige bloemen hebben en waarvan de vruchtbeginsels uitgroeien tot splitvruchten die een eironde vorm hebben en op de kussentjes twee lange stijlen houden.

De kleur van de kroonbladen is wit tot lichtroze. De vijf kelktanden zijn tamelijk groot en spits, zoals we dat ook kennen van het Watertorkruid.

Op de splitvruchten blijven de lange stijlen nog lang staan. Deze stijlen kunnen zelfs door de bank genomen nog iets langer zijn dan de eironde vruchten die zo'n kleine 4 mm groot zijn.

MM_141103

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Schermbloemenfamilie - Apiaceae
Plantengeslacht:
Torkruid - Oenanthe
Plantvorm:
oeverplant
Plantgrootte:
0.25 - 0.75 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleuren:
wit, roze
Bloeiwijze:
samengesteld scherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
eenslachtig en/of tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengel:
hol
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
meervoudig geveerd, samengesteld
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
knol
Plantengemeenschappen:

Het areaal of verspreidingsgebied van Pijptorkruid omvat het westen, midden en zuiden van Europa en in Noord-Afrika het gebied waarin het Atlasgebergt ligt. Het is een soort die in ondiep water kan groeien, in de oeverzone en in drassige tot natte graslanden grenzend aan water. Ze moet niet in de schaduw staan van bomen en ook niet overwoekerd worden door hoog opschietend gewas, maar als dat door begrazing of bemaaiing wordt ingetoomd kan Pijptorkruid soms zelfs hele stukken nat grasland domineren. Ook in beekjes kan het zich zo goed ontwikkelen. Het is zoals in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, beschreven wordt een van de kensoorten uit de

8 Rietklasse

De plantensoort 'Pijptorkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Pijptorkruid is giftig en wordt daarom door het vee gemeden. Vandaar dat het soms ook in begraasde natte weiden, welig kan tieren en daar ter plekke door het grazende vee met rust wordt gelaten.

De hoofdjesachtige schermpjes van Pijptorkruid en het weinig ontwikkelde blad zijn toch wel bijzondere kenmerken van de plantensoort.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van het Pijptorkruid en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 263-264.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 560.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 644.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Oenánthe fistulósa.