Op bovenstaande foto Vreugderijkerwaard

RIVIERDUINGRASLAND

Karle (K.V.) Sýkora

Het Fluviatiel floradistrict, het gebied van de grote rivieren, wordt gekenmerkt door stroomdalsoorten. De meeste hiervan groeien in droge, neutrale tot kalkhoudende graslanden, zogenoemde stroomdal- en rivierduingraslanden die vooral voorkomen op rivierduintjes en - dijken.

In dit artikel worden de soortensamenstelling en de ecologie van het rivierduingrasland beschreven.

Stroomdalgrasland was vóór 1960 heel algemeen en kwam bijna overal langs de grote rivieren voor. Sindsdien zijn deze graslanden dramatisch achteruitgegaan. Uit ons onderzoek bleek dat zij uit ongeveer 90% van de oorspronkelijke uurhokken zijn verdwenen. Om achteruitgang tegen te gaan en herstel van deze graslanden mogelijk te maken hebben wij onderzoek gedaan naar soortensamenstelling, ecologie en het beheer van deze graslanden.

Rivierduinvegetatie blijkt in elk gebied een eigen kenmerkende soortensamenstelling te hebben, die gerelateerd is aan verschillen in bodemsamenstelling. Dit geeft aan hoe kwetsbaar de stroomdalgraslanden zijn en hoe noodzakelijk het is om elk bestaand gebied goed te beschermen en te beheren.

Van een aantal rivierduinen hebben wij met optische luminescentie de leeftijd in de bodem gemeten. Hierdoor weten we de leeftijd van de laatste afzettingen waarop de huidige bodem zich heeft ontwikkeld. Deze leeftijden variëren van 627 tot 174 jaar oud. In de hierop volgende periode hebben zich geen processen met veel dynamiek zoals sedimentatie of erosie meer afgespeeld.

Onze experimenten met zandafzetting laten zien dat zandafzetting de voor rivierduinvegetatie negatieve ruigtevorming niet kan tegengaan. Duinriet, Braam, Kleine ruit, Kruisdistel en Zeepkruid blijken zelfs door 50 cm zand heen te groeien. Bovendien blijkt te veel zandafzetting negatief te zijn voor de overleving van de meeste stroomdalgraslandsoorten. Voor ontwikkeling van nieuwe stroomdalgraslanden is na een periode van grote dynamiek met nieuwe rivierduinvorming, een periode met lage dynamiek nodig met weinig zandafzetting en tegelijkertijd voldoende begrazing. Verder blijkt dat de stroomdalgraslanden ook wanneer geen zand meer wordt afgezet, toch zeer langdurig o.a. door bioturbatie, overstroming of invloed van rivierwater in de wortelzone tijdens hoogwater, kunnen blijven bestaan, mits voldoende begraasd. Deze processen gaan de verzuring van de bodem tegen. Omdat stroomdalgraslandsoorten sterk gebonden zijn aan lichte en warme standplaatsen met een korte vegetatie is, naast de juiste standplaatsomstandigheden, voldoende beheer van groot belang. Is de begrazing te extensief, dan groeit de vegetatie dicht, ten koste van de lichtminnende stroomdalsoorten. Een vegetatie die kort de winter in gaat is optimaal voor soortenrijke rivierduinvegetatie. Alle terreinen met langdurig kwalitatief goed stroomdalgrasland worden gekenmerkt door voldoende afvoer van biomassa door begrazing of hooien.

Enkele kensoorten:
Kaal breukkruid, Voorjaarsganzerik, Handjesgras, Cipreswolfsmelk, Hazenpootje, Geel walstro, Kruisdistel en Sikkelklaver.

Lees het hele artikel (verschijnt binnenkort)

Literatuur
Suzanne Rotthier en Karlè Sýkora, 2016. Zandafzetting, standplaats, beheer en botanische kwaliteit van StroomdalgraslandVBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren. Rapport nr. 2016/OBN-200-RI

André. P. Schaffers, Karlè. V. Sýkora, Rik (H.) P.J. Huiskes & Joop H.J. Schaminée De droge stroomdalgraslanden van het Sedo-Cerastion in Nederland.V erspreiding en soortensamenstelling van het Medicagini-Avenetum en het Sedo-Thymetum vóór 1960 en daarna. 2008, Directie Kennis, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Rapport DK nr. 2008/DK092-O

In dit artikel worden de soortensamenstelling en de ecologie van het rivierduingrasland beschreven. Karle Sýkora en Suzanne Rotthier, 2014. Stroomdalgrasland: kort en laagdynamisch. De Levende Natuur 115 (3), 134 – 139