Valse salie - Teucrium scorodonia

Een soort uit de Lipbloemenfamilie met een duidelijk afwijkende bloembouw en wat flets groengeel tot wit gekleurde bloemen is de Valse Salie of Teucrium scorodonia. De plant in zijn geheel lijkt op de Echte salie en dankt daar dan ook zijn Nederlandse en Vlaamse naam aan. De bloeiwijzen zijn bijzonder, niet alleen door de afwijkende bouw van de bloem, eigenlijk zie je alleen maar een grote naar voren gebogen onderlip, maar ook door het ontbreken van schijnkransen. Er staat immers steeds één bloem in de oksel van een klein schutblad en de twee bloemen, ieder naast de vierkante stengel, zijn naar dezelfde zijde gericht.

Binnen de Lipbloemenfamilie of Lamiaceae kennen we het geslacht Gamander. Uit dit geslacht is de Valse salie of Teucrium scorodonia L. de meest algemeen voorkomende soort. Valse salie tref je aan in loofbossen, langs bosranden, in zomen, struikgewas en bosschages.
De overblijvende kruidachtige planten kunnen verhouten in het onderste deel en de stengels met uitgebloeide bloemen kunnen vaak een of twee winters blijven overstaan. We noemen zo'n plant wel een winterstaander. Je herkent dit van de Grote kaardenbol, die ook als min of meer verhoute plant in de winter overeind blijft staan.
Ondergronds heeft de Valse salie uitlopers, waardoor er uitgaande van een moederplant een flink aantal planten in de directe omgeving staat, die in feite tot die moederplant behoren, echte klonen derhalve. Bovengronds vertakt de plant in de oksels van de bladeren en de stengel en vertakkingen eindigen in bloeiwijzen. Deze bouw van de plant lijkt daardoor wel wat op de bouw  van de Echte salie, maar dat is het niet, vandaar dat deze Gamandersoort Valse salie heet.
De bladeren staan tegenover elkaar en kruisgewijs aan de vierkante stengel. De planten zijn behaard. De wat langwerpige driehoekige bladeren hebben een hartvormige voet. De rand van de bladeren is gezaagd en/of gekarteld en het oppervlak van de bladeren is kroezig.
De bloeiwijzen wijken af van wat we vaak bij de Lipbloemenfamilie zien. Immers ze zijn eigenlijk een tros en je mist de schijnkransen van meerdere bloemen. Boven de kleine, tegenoverstaande schutbladeren staat aan iedere kant van de stengel één bloem. Beide bloemen richten zich naar één zijde. Dit patroon herhaalt zich in de hele tros, waardoor de bloemen als het ware naar één kant gericht staan. We kennen patroon dit ook van Hengel uit de Bremraapfamilie.
De bloemen zijn merkwaardig en wijken eveneens af van de bloembouw die we kennen van Lipbloemen.
Ze zijn in ieder geval tweezijdig symmetrisch en hebben een vierhokkig bovenstandig vruchtbeginsel. Maar het lijkt alsof ze enkel een onderlip hebben. Die onderlip is gevormd door drie van de vijf vergroeide kroonbladen en steekt als een boog naar voren. De bovenlip is ogenschijnlijk niet aanwezig, maar als je goed naar de bloem kijkt zie je dat de twee kroonbladen die bij de meeste Lipbloemen de vergroeide bovenlip vormen, bij de Gamanders en dus ook van de Valse salie, weldegelijk aanwezig zijn als twee driehoekige structuren die als het ware de onderlip vergroten. De onderlip is daardoor vijfdelig.  De ver uit de kroonbuis naar buiten stekende paarskleurige meeldraden en stijl met stempels steken af tegen de grote groenachtig witgele onderlip; tijdens de rijping kleuren de helmknoppen fel oranje. De grote onderlip is een landingsplaats voor bestuivers.
De vergroeide kelk is wel tweelippig: de bovenlip bestaat uit een gewelfde driehoekige kelktand met een spitse punt in het midden en de onderlip uit de vier andere, veel smallere kelktanden. Aan de basis heeft de kelkbuis een uitzakking.
Uit het bovenstandig vierhokkig vruchtbeginsel ontstaat een vierdelige splitvrucht.
MM_201001

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Gamander - Teucrium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
lichtgeel, lichtgroen
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
tweezijdig symmetrisch, tweelippig, lipbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, vierkantig
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand en kruisgewijs
Bladvorm:
hartvormig
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds deel:
met ondergrondse uitlopers
Plantengemeenschappen:

Areaal: Europees Atlantisch gebied en wel op kalkarme, vrij voedselarme zandgrond van open bos en struikgewas. Ook in duingebied. In Zuid-Limburg vind je de soort op ontkalkte bodem boven de kalksteen. Daar maakt de plantensoort deel uit van de zoomvegetaties langs de bosranden van het plateau die in de loop der millennia zijn ontkalkt en daardoor een zure boden hebben. In die zomen staat dan ook veel Adelaarsvaren, ook een echte zuurindicator.

De plantensoort 'Valse salie' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Over de herkomst van de geslachtsnaam Teucrium laten we Jan van Twisk aan het woord, die ons vertelt dat de herkomst mogelijk ligt in het woord Teucrius waarmee Trojaans werd bedoeld. Volgens Plinius had de Trojaan Teucer de plant ontdekt. Maar, aldus Jan verder, de Latijnse geslachtsnaam Teucrium komt van het Griekse Teukrion hetgeen al de naam vormt bij Theofrastos (300 v.Chr). Planten waren genoemd naar Telamons zoon Teukros, dat is dezelfde hiervoor genoemde Teucer, die een beroemd boogschutter was in de Trojaanse oorlog. Complicerend is echter dat de Grieken en Romeinen met teukrion een steenvarensoort aanduidden.

De soortnaam scorodonia of scordium is afgeleid van het Griekse scorodon dat voor knoflook gold. De plant verspreidt een geur die knoflookachtig is (met dank aan Jan van Twisk).

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Valse salie verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 148-149.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 606.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Téucrium scorodónia