Dennenfamilie of Pinaceae


Atlasceder
Douglasspar
Grove den

Tot deze familie uit de groep van de naaktzadige plantensoorten hoort een aantal bomen. Deze kenmerken zich door hun naaldvormige bladeren. Deze staan zelfstandig of in groepjes op de takken en twijgen ingeplant. Als ze met meer dan een bij elkaar staan dan staan ze op zogenaamde kortloten en de twijgen waar die kortloten op staan worden wel langloten genoemd.

De eenhuizige planten ontwikkelen aparte kegels met daarin vrouwelijk bloeiende bloemen en aparte kegels met de mannelijk bloeiende bloemen. De bloemen zijn eenvoudig en bestaan uit schubben met ieder een zaadknop danwel een schub met meeldraden.

De ontwikkeling van bevruchte eicel tot een rijpe kegel met zaden duurt bij sommige soorten enige jaren.

De naalden kunnen een aantal jaren aan de boom zitten, maar er zijn ook soorten die ieder jaar de naalden afwerpen, tot deze laatste groep hoort de Lork of Larix.

Ceder, Cedrus, een soort die niet is opgenomen in de nieuwste Heukels stellen wij wél voor in de website. De boom is hier alleen aangeplant te vinden, maar best wel veel, in grote tuinen, kloostertuinen en parken. De in het najaar bloeiende Ceders produceren enorm veel stuifmeel of pollen en kunnen daardoor lokaal voor hooikoortsachtige klachten zorgen. Ook om deze reden is het goed om de bomen te kunnen herkennen.