Kleine valeriaan - Valeriana dioica

Kleine valeriaan onderscheidt zich van de Echte valeriaan door de veel kleinere bouw. Bovendien is het een tweehuizige plantensoort dus je ziet dat aan het feit dat in de tuil met witte bloemen ofwel alleen bloemen met drie meeldraden staan, ofwel bloemen met een tweelobbig stempel. Op de knopen op de uitlopers van de wortelstokken ontwikkelen zich eerst wortelstandige bladeren die eirond van vorm zijn met een gave bladrand. De bladeren aan de rechtopstaande stengels met de bloeiwijzen zijn tegenoverstaand en oneven geveerd.

Een meerjarige tweehuizige plantensoort is Kleine valeriaan, Valeriana dioica L. uit de Kamperfoeliefamilie of Caprifoliaceae.

De planten worden niet hoger dan dertig tot vijfendertig cm. Ze hebben een wortelstok met uitlopers die op de knopen wortelen. Op zo'n wortelende knoop ontwikkelt zich een aantal wortelstandige bladeren.Deze hebben een eironde tot elliptische vorm en een vrij lange steel.

Uit zo'n rozetachtig plantje kan zich een rechtopstaande gladde maar geribde stengel ontwikkelen. De onderste twee tegenover elkaar staande bladeren zijn gaafrandig en elliptisch naar boven toe staat een aantal bladparen tegenover elkaar. Deze bladeren zijn oneven geveerd met een eindlob die wat groter is. De meest duidelijke liervormige bladeren zijn de twee bladeren van het bovenste bladpaar die meestal 7 lobbig zijn.

Boven aan de stengel ontwikkelt de tuilvormige bloeiwijze met alleen mannelijk bloeiende meeldraadbloemen en aan een andere plant ontwikkelt zich zo'n tuil met alleen vrouwelijk bloeiende stamperbloemen. Bij de mannelijk  bloeiende plant staan de drie meeldraden op de trompetvormige kroonbuis in geplant. De vrouwelijk bloeiende bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel, een stijl en tweelobbig stempel.

De kleur van de vergroeide trechtervormige bloemkronen is wit tot licht roze. Aan de bloeiende bloemen is duidelijk te zien welke de meeldraadbloemen zijn. Dan zie je de helmknoppen boven de kroon uitsteken, en welke de vrouwelijk bloeiende planten zijn, want daar steken de tweelobbige stempels naar buiten.

Na bestuiving en bevruchting ontwikkelen de vrouwelijk bloeiende planten vruchten; het zijn kleine nootjes.

MM_211202

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Valeriaan - Valeriana
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 0.30 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
roze, wit
Bloeiwijze:
tuil
Bloemvormen:
buisvormig, trechtervormig
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
geribd of geribbeld, rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, wortelstandig, rozet
Bladvormen:
elliptisch, oneven geveerd, liervormig
Bladranden:
gaaf, ingesneden
Ondergronds deel:
wortelstok met bovengrondse uitlopers
Plantengemeenschappen:

Kleine valeriaan is een soort van natte bodems, graslanden en moerasbossen.

De plantensoort 'Kleine valeriaan' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Kleine valeriaan verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 279

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk:

Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 743.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Valeriána dióica