Reis mee door onze flora. Een van de grassoorten met een harig tongetje is Tandjesgras (SL1199) uit de Grassenfamilie. Het niet al te hoog wordende gras groeit in dichte pollen en vormt op die manier ook zoden. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.
Als een van de meer forsere zuringen valt de Ridderzuring, Rúmex obtusifólius, in onze graslanden en ruigten op door zijn grote bladeren die een hartvormige voet hebben.
Reis mee door onze plantenfamilies. Biezenknoppen (SL0679) uit de Russenfamilie groeit bij voorkeur op wat zure en nattere standplaatsen. De plant groeit in dichte pollen en de wortelstandige, op schedes lijkende bladeren zijn lichtbruin. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.
Reis mee door onze flora. In graslanden vallen in de zomer de rijkbloemige trossen met paarsblauwe bloemen op van Vogelwikke (SL1369) uit de Vlinderbloemenfamilie. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Vlinderbloemachtigen.
Reis mee door onze flora. Robinia (SL1877) is een boom uit de Vlinderbloemenfamilie die aan het eind van de lente en het begin van de zomer opvalt door de hangende trossen met witte vlinderbloemen.
Reis mee door onze flora. Kaal breukkruid (SL0609) is een plant uit de Anjerfamilie. Het is een lage, liggende, geelgroene plant die, met breed uitgespreide stengels, wat stervormig op de bodem ligt. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Anjerachtigen.
Reis mee door onze flora. Grote ratelaar uit de Bremraapfamilie. De standplaats van de Grote ratelaar is natte tot vochtige grond. De grond moet redelijk voedselrijk zijn.
Reis mee door onze flora. Boerenwormkruid uit de Composietenfamilie. Boerenwormkruid dankt de Nederlandse naam aan het feit dat men vroeger een extract van de plant medicinaal gebruikte om wormen af te drijven. De plant is door de alkaloïden die erin zitten giftig.