Hoewel de Kerst al enige tijd achter ons ligt, zijn veel kerstversierselen nog niet verdwenen. De kerstboom (grote kans dat het een Fijnspar (Picea abies) is) is waarschijnlijk pas net de deur uit, maar de kerstkransen en kerststerren zijn nog overal te zien.
De meeste planten planten zich voort via zaden. Deze zijn vaak relatief groot en hebben dan ook veel aanpassingen nodig om zich te verspreiden, zoals vleugels, vruchten of vruchtpluis. Meer "primitieve" planten, zoals mossen, Paardenstaarten Wolfsklauwen en varens verspreiden het nageslacht via sporen.
Toen tijdens de derde Kerstdag de sneeuw viel bedekte zij opmerkelijk genoeg niet alleen de donker groene takken van naaldbomen en de Hulst (Ilex aquifolium). Ook de sporadisch bloeiende rozen, die nog in de relatief warme tuinen stonden te bloeien werden verrast door het witte kleed.
De variatie in bladvormen lijkt wel oneindig. Niet alleen de vorm van het blad is zeer gevarieerd, maar ook de randen van de bladeren en deelblaadjes kunnen heel gevarieerd zijn. Het kenmerk bladrand is dan ook een belangrijk kenmerk om te gebruiken bij het op naam brengen van een gevonden plant. Bij de meeste plantensoorten is het type bladrand aan alle bladeren te herkennen en identiek, maar er is ook een aantal plantensoorten, waarbij de randen per plant of tussen planten van dezelfde soort kunnen verschillen.
Planten hebben niet de mogelijkheid om even op en neer naar de supermarkt te rennen als ze honger hebben. Ze moeten het doen met wat de omgeving hen aan voedingsstoffen te bieden heeft.
De plantensoorten die tot deze familie horen zijn vrijwel altijd kruiden. Ze hebben vaak bladeren die in een rozet staan en aan de stengel staan de bladeren verspreid. Het zijn enkelvoudige, niet-samengestelde bladeren.
Hoewel de gele bloemen eigenlijk pas in april of mei verwacht worden, zijn er altijd uitzonderingen. Zoals hier in het Oosterveld in Noord-Holland. Hier steekt de Gewone dotterbloem (Caltha palustris) haar eerste bloemen boven het oppervlakte van de onder water gelopen rietlanden uit.
Ogenschijnlijk lijken er wel evenveel bloemvormen als bloemen van plantensoorten te zijn. De vormenrijkdom van bloemen is schier onbeperkt. Toch is er als we nauwkeuriger gaan kijken naar de diverse bloemvormen een duidelijke regelmaat te vinden. Het is zelfs zo, dat sommige bloemvormen heel kenmerkend zijn voor een grotere groep van plantensoorten. Dat valt heel erg goed op bij het nader beschouwen van sommige plantenfamilies.
We zien duidelijke verschillen tussen bomen die bruin worden, geel worden of rood worden. En dat is niet toevallig. Er is zelfs een duidelijke verdeling.
Een fijne zelfstudie "soorten herkennen" over het leren kijken naar kenmerken van specifieke groepen plantensoorten. Dit keer aandacht voor de hoofdgroep Aspergeachtigen. Les 6 uit 18 in een nieuwe reeks online lessen "soorten herkennen". "Leuk om er eens in te verdiepen."
Groenbemesting wordt in de akkerbouw ingezet om verschillende redenen. In het winterseizoen is het belangrijk bodemerosie door wind of (regen-)water te voorkomen. Het kan worden toegepast om de bodemstructuur of de bodemvruchtbaarheid (vlinderbloemfamilie -> stikstof) te verbeteren. Na het onderploegen zal de hoeveelheid organische stof en op den duur het humusgehalte worden verhoogd.
Australische wetenschappers berichtten onlangs over een gras dat, nadat deze geheel verdroogd was in de verzengende Australische hitte, weer tot leven leek te komen. De grassoort Tripogon loliiformis ontrekt echter tijdes droogte bijna al het water uit de bladeren om deze te beschermen en ziet er zodoende als dood uit.