Video Determinatie

Welriekende nachtorchis - Platanthera bifolia

Onder de Orchideeën valt Welriekende nachtorchis, Platanthera bifolia, op door zijn witte gekleurde bloemen in een losse aar en de twee grote grondstandige bladeren die je een rozet kunt noemen. De bloemen geuren vooral 's nachts maar ook wel enigszins overdag. Ze trekken langtongige nachtvlinders aan voor de bestuiving.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een meerjarige kruidachtige en bijzondere plant is de Welriekende nachtorchis, Platanthera bifolia (L.) Rich. uit de Orchideeënfamilie of Orchidaceae.

Ondergronds heeft de Welriekende nachtorchis, net als zijn verwant de Bergnachtorchis, twee knollen, die als een voorraadschuur zorgen voor de overwintering van de soort. Deze twee knollen zijn toegespitst in penwortels. Boven deze knollen aan de basis van de planten zo ongeveer op het maaiveld vind je wat schubben en twee grote grondstandige bladeren, die de wetenschappelijk soortnaam 'bifolia' (='tweebladig) verklaren. Beide bladeren zijn langwerpig, en hebben een naar de voet versmallende steel met wat bladweefsel er langs. We noemen dit een gevleugelde bladsteel. Aan de onderkant van de bladeren valt de duidelijke hoofdnerf op. De kleur der bladeren is glanzend grasgroen.

Aan de kantige stengel staan hogerop nog enkele erg kleine op schutbladeren lijkende bladeren. De stengel gaat over in een losse aar met daarin de bloemen. Onder elke bloem staat een klein groen schutblad. De schutbladeren zijn ongeveer even lang als de dunne vaak gebogen vruchtbeginsels. De bloemen geuren vooral 's nachts en trekken met die geur bestuivers, nachtvlinders e.d., aan. De witte bloemen hebben een typische orchideeën bouw. Twee sepalen, vergelijkbaar met kelkbladen, staan schuin naar beneden en het middelste naar boven gerichte sepaal (kelkblad) vormt met twee tepalen (kroonbladen) een helm. De lange vlezige lip van 8 tot 12 mm lang heeft aan de voet een twee centimeter lange spoor, die 2 tot 3 maal zo lang is als het vruchtbeginsel en van horizontaal tot naar beneden gebogen kan zijn. Deze lip kun je beschouwen als het derde kroonblad. De onder in de spoor geproduceerde nectar kan alleen door langtongige nachtvlinders bereikt worden. De spoor is onderaan vrijwel niet verbreed.

De onder de helm op de zuil zittende pollenklompjes (polliniën) kunnen met hun hechtschijfje op het hoofd geplakt worden van de bezoekende bestuivers, vooral pijlstaarten. Deze nemen de polliniën, die dicht bij elkaar staan aan de ingang van de spoor, mee op hun snuit en bij bezoek aan een volgende bloem zetten ze de polliniën af op het stempel. Tussen de twee vrijwel evenwijdige helmhokjes zit het groene zogenaamde helmbindsel. Dit is 3-4 maal zo lang als breed. Bij de Bergnachtorchis is dit helmbindsel 2 x zo lang als breed en wijken de polliniën zoals de helmhokken bij orchideeën genoemd worden, van boven naar benden uiteen. Na bestuiving en bevruchting ontstaat in het vruchtbeginsel een groot aantal stoffijne zaden, die bij rijpheid van de vrucht door de wind worden verspreid.

Welriekende nachtorchis kent een breed spectrum van standplaatsen die in het algemeen gekenmerkt worden door een humusrijke bodem.

MM_180125

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Orchideeënfamilie - Orchidaceae
Plantengeslacht:
Nachtorchis - Platanthera
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
Juni - Juli
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
aar
Bloemvormen:
tweelippig met spoor, orchideeenbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 sepalen, 3 tepalen
Meeldraden:
2 stuifmeelklompjes
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
stofzaad
Stengels:
rechtopstaand, glad
Schors:
-
Bladstanden:
wortelstandig, rozet, verspreid
Bladvormen:
parallelnervig, omgekeerd eirond, langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
knol
Plantengemeenschappen:

Opnamen gemaakt op 6 juni 2015 in het Liliental Kaiserstuhl.

Van het geslacht Nachtorchis komen de ongeveer 80 soorten vooral veel voor in het oosten van Azië; in een groot deel van Europa kunnen we twee soorten uit dit geslacht aantreffen, namelijk de nauw aan elkaar verwante Bergnachtorchis en Welriekende nachtorchis. Alleen in het uiterste noorden en zuiden komen nog een paar andere Nachtorchissoorten voor.

De plantensoort 'Welriekende nachtorchis' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Kruisbestuiving treedt gemakkelijk op met de Bergnachtorchis, Plathantera chloranta, vooral daar waar areaal overlapping optreedt. Dit is bijvoorbeeld het geval op de krijthellingen in Zuid-Limburg.

Nog meer informatie over de ecologie van de Welriekende nachtorchis en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 358-359.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 112-113.

Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, L (2020) Heukels'flora van Nederland, 24ste druk: 150.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 357-358

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Platanthéra bifólia