Video Determinatie

Deens lepelblad - Cochlearia danica

Op zilte bodems in de kustgebieden, en tegenwoordig ook meer in het binnenland in bermen van wegen die 's winters gepekeld worden, bloeien vroeg in de lente de kleine planten van Deens lepelblad. Ze hebben witte kroonbladen, maar doordat die in de knop roze zijn en de kelkbladen een paarsachtige vlek hebben, wordt het wit gemengd tot licht roze. Aan de planten blijven de tussenschotten van de hauwtjes nog enige tijd zitten. Ze zijn dan als vliezige ovale schijven aan de plantjes te zien.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Steeds vaker in de rand van autowegen en bermen van wegen waar in de winter gepekeld wordt, zie je vanaf april het wit bloeiende Deens lepelblad, Cochleraria danica L., uit de Kruisbloemenfamilie of Brassicaceae.

Het is een plant die van oorsprong thuishoort op drogere tot wat vochtige, maar altijd wat zilte bodems: duinen, kwelderranden, groene stranden, dijkvoeten in het kustgebied en tegenwoordig dus ook in bermen van wegen. De plant breidt zich derhalve uit langs onze wegen.

De plantensoort is een eenjarige winterannuel. Dat betekent dat kieming van het zaad laat in de herfst gebeurt. Het kleine kiemplantje vormt dan een rozet met lang gesteelde, vlezige bladeren. De vorm van deze bladeren is driehoekig tot spiesvormig met een voet die min of meer hartvormig is. Na de winter ontwikkelt zich uit de rozet een of meer stengels die meestal niet hoger worden dan zo'n 20 cm. Wel kunnen ze vertakken. Aan de stengels staat een aantal bladeren verspreid. Ze hebben altijd een steel, al is die boven in de plant maar heel kort. Ze zijn dus nooit zittend. De vorm van de vlezige bladeren is breed eirond tot driehoekig. De rand is met twee punten waardoor de rand drielobbig tot vijflobbig is.

De stengels en de vertakkingen eindigen in bloeiwijzen die eigenlijk samengetrokken trossen zijn. De kleine bloemen zijn roze in de knop. Dat kan de kleur van een flinke strook Deens lepelblad die in bloei begint te komen behoorlijk bepalen. Als de bloemen open staan zijn de kroonbladen wit. De kelkbladen staan af en hebben een paarse top. Uit het vruchtbeginsel ontstaat een bolvormig hauwtje. Binnen deze vrucht zitten de zaden in de twee hokken. Als de kleppen zijn opengegaan en de zaden verspreid zijn, blijven de vliezige tussenschotten achter. Deze kunnen nog behoorlijk lang aan de vruchtstelen blijven zitten. Ze vallen des te meer op als de stengel later nog strekt in de lengte.

MM_141211

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Lepelblad - Cochlearia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
wit, roze
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauwtje
Zaden:
-
Stengel:
geribd of geribbeld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
spiesvormig
Bladrand:
gelobd
Ondergronds deel:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Dens lepelblad omvat de kusten van West-Europa en van het Oostzee gebied. Ook in het noorden komt de plantensoort voor op kusten en eilanden. Tegenwoordig vind je de soort ook op middenbermen van autosnelwegen en in bermen langs wegen die in de winter gepekeld worden. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijft de plantengemeenschappen waarin Deens lepelblad als kenmerkende soort voorkomt, namelijk in de

27 Zeevetmuur-klasse;

7Aa1 Associatie van Zeevetmuur en Deens lepelblad

De plantensoort 'Deens lepelblad' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Lepelblad bevat erg veel Vitamine C. De plant is voor de overwinteraars op Nova Zembla onder leiding van Barentsz en van Heemskerck op hun terugweg van levensbelang gebleken. Zij kregen op de terugreis van Nova Zembla, waar ze in het Behouden Huys in 1596-1597 hebben overwinterd, nadat de reis om de noord naar China niet was gelukt, ernstig last van scheurbuik. Scheurbuik is een ziekte die ontstaat bij gebrek aan Vitamine C.

Tijdens de terugreis met twee kleine scheepjes, hun grote schip is niet behouden gebleven in het pakijs, vonden ze onderweg op een van de onbewoonde eilanden waar ze aanlegden Lepelblad. Ze aten dat rauw en binnen twee dagen waren ze van de scheurbuik genezen.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Deens lepelblad en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 34-35.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 427. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 487.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 532.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Cochleária dánica.