Lamsoor - Limonium vulgare

Lamsoor, Limonium vulgare, herken je op onze kwelders en schorren tijdens de bloei aan de prachtige paarsblauwe kleur van de bloemen. Zowel aan de wadkant bij onze Waddeneilanden, bijvoorbeeld de Bosplaat op Terschelling, als in de kwelders langs de dijken van de Zeeuwse eilanden aan de zeekant vind je de zogenaamde Zeeuwse heide. De planten van Lamsoor hebben rozetten die bestaan uit spatelvormige bladeren met per rozet een bloeistengel met aan de top een sterk vertakte bloeiwijze met veel kleine paarsblauw gekleurde bloemen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Op de kwelder, ook wel schor genaamd, word je in de zomer tot in de herfst overdonderd door de paarsblauw gekleurde velden met Lamsoor, Limonium vulgare Mill., uit de Strandkruidfamilie of Plumbaginaceae. De kwelder of het schor lijkt dan wel een bloeiend heideveld en het wordt dan ook wel de Zeeuwse heide genoemd, maar een gebied als de Bosplaat op Terschelling ziet er dan ook vergelijkbaar mooi uit.

Lamsoor is een kruidensoort die een penwortel heeft die wel kan uitgroeien tot een meerkoppige wortelstok. Het is dan ook een meerjarige plant die als hij zich eenmaal gevestigd heeft via uitlopers zijn vestigingsplaats vergroot. De kieming van zaad vindt plaats in het voorjaar; een voorwaarde is daarbij dat op dat moment het zoutgehalte in het water en het oppervlak van de bodem laag is. Dus niet na een overstroming door zeewater, maar bijvoorbeeld na een langdurige regenperiode.

De planten ontwikkelen op de penwortel of wortelstok rozetten die bestaan uit meerdere spatelvormige bladeren. Deze hebben gave rand, ze lopen uit in een kleine spits en naar de voet toe lopen ze wigvormig uit in de steel. Op hun oppervlakte hebben de bladeren zoutklieren, waaruit ze een eventueel te veel aan zout in hun inwendig weefsel, bijvoorbeeld als gevolg van overstroming met zeewater, kunnen uitscheiden. Daardoor blijft het inwendig milieu van de bladeren op het gewenste niveau van mineralen en wordt dit niet te hoog met eventueel funeste gevolgen.

Uit de rozetten ontwikkelt zich een rechtopstaande bloeistengel waar geen bladeren aan komen hooguit wat schubvormige kleine schutbladeren. In de oksels van deze schutbladeren staan vertakkingen met daarop de schichten met de bloemen. De gehele sterk vertakte bloeiwijze krijgt daardoor de vorm van een schermvormige pluim. De bloemen zijn vijftallig. De vergroeide kelken worden omgeven door drie kleine schutbladeren. Na de vruchtzetting blijft de kelk om de vrucht zitten en vormt, net als bij Engels gras, een soort parapluutje waarmee een zaad over enige afstand door de lucht kan zweven. De vergroeide kelk is vijfslippig en de kelkbladen zijn vliezig maar ook enigszins gekleurd. De vijf blauwviolette of blauwpaarse kroonbladen zijn aan de voet met elkaar vergroeid, maar verder zijn de kroonslippen vrij. Binnen de kroon staan vijf meeldraden en deze zijn aan de voet vergroeid met het kroonblad waar ze midden voor staan. Het bovenstandig vruchtbeginsel is éénhokkig. Het heeft vijf stijlen met ieder een draadvormig stempel. Deze stempels zijn kaal.

De nectarproductie onder in de bloem trekt bestuivers aan.

MM_141212

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Limonium - Limonium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.50 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
blauw, violet
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met de kroonbladen
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
5
Stempels:
5
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
rozet
Bladvorm:
spatelvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergrondse delen:
rhizoom/ wortelstok, penwortel, wortelstok
Plantengemeenschappen:

Lamsoor is een soort van de kusten van Zuid en West-Europa tot bij de ingang van de Oostzee; ook langs de kusten van de Middellandse Zee komt de soort hier en daar voor en dan voornamelijk aan de oost- en zuidkust. Van het Zwin tot Rottumeroog staat de soort op geschikte plekken: buitendijks op de kwelder of het schor, dus op een hoogte iets boven de gemiddelde waterlijn. Lamsoor maakt dan ook als een belangrijke kenmerkende soort deel uit van de typische plantengemeenschappen langs onze kusten en wordt in Schaminée, J. et al. (2010), Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, als zodanig beschreven

25Aa3 Schorrenkruid-associatie

26 Zeeaster-klasse

26Aa Verbond van Gewoon kweldergras

26Aa2 Associatie van Lamsoor en Zeeweegbree

26Aa3 Zutmelde-associatie

26Ac1 Associatie van Zilte rus

26Ac2 Associatie van Engels gras en Rood zwenkgras

26Ac3 Kwelderzegge-associatie

26Ac5 Zeealsem-associatie

De plantensoort 'Lamsoor' komt voor in de volgende plantenassociaties:

In Zeeland wordt onder de naam Lamsoor eetbare groente van kwelderplanten aangeboden. Maar het gaat dan niet om de plant die officieel Lamsoor, Limonium vulgare, heet , maar het gaat dan om jonge bladeren, die van de Zulte, Tripolium pannonicum of ook nog wel Aster tripolium genoemd, geoogst worden. De bladeren van Zulte lijken veel op die van Lamsoor, maar missen het puntje aan de top van het blad; ze zijn daar meer afgerond.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Lamsoor verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 74-76.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 275-276. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 541.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 816.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Limónium vulgáre.