Esdoornganzenvoet - Chenopodiastrum hybridum

Esdoornganzenvoet, Chenopodiastrum hybridum, oudere naam Chenopodium hybridum, is een kruid dat zich heel snel ontwikkelt van kiemend zaad tot een forse tot een meter hoge plant. Hij staat vooral op ruige plekken. De bladeren zijn bochtig getand en hebben een hartvormige voet waardoor ze in de verte wel iets hebben van een esdoornblad. De bloemen zijn klein, groen van kleur en hebben een bloemdek. Ze staan met vele bij elkaar in kluwenachtige trosjes die samen een grote pluim vormen boven aan de rechtopstaande stengel.

De éénjarige Esdoornganzenvoet, Chenopodiastrum hybridum (L.) S.Fuentes, Uotila & Borsch, uit de Amarantenfamilie of Amaranthaceae, wordt op grond van nieuwe recente wetenschappelijke inzichten nu in een apart geslacht Nerfganzenvoet of Chenopodiastrum ingedeeld en is samen met de Muurganzenvoet uit het geslacht Chenopodium, Ganzenvoet, gehaald en in dit nieuwe geslacht geplaatst.

Deze planten hebben geen wortelstok doch een eenvoudig wortelstelsel en zijn dus ook gemakkelijk uit de voedselrijke grond, waarop ze te vinden zijn, te trekken. De planten zijn niet bezet met klierharen en hebben daardoor ook geen bijzondere geur, zoals we van de Welriekende ganzenvoet kennen, noch hebben ze een melig uiterlijk, zoals we dat bij Melganzenvoet kennen.

Hun stengels staan rechtop en ze kunnen, zoals dat voor veel eenjarige pioniers geldt een zeer snelle ontwikkeling doormaken waardoor ze binnen een jaar van kiemplant tot een meter hoog kunnen worden.

Aan de stengels staan de groene glanzende bladeren verspreid. Deze zijn driehoekig van vorm en hebben een duidelijke hartvormige ingesneden voet. De rand van de bladeren is grof bochtig getand en de tanden zijn zodanig groot van vorm dat het blad in de verte wel wat lijkt op een esdoornblad.

De stengel is bovenaan vertakt, eigenlijk alleen in de bloeiwijze die daardoor een wijd uitstaande pluim lijkt. In deze bloeiwijzepluim staan maar enkele en kleine langwerpige bladeren. De kleine groene bloemen zitten in gedrongen trosjes bijeen. Na de bloei verandert het bloemdek nauwelijks en blijft groen van kleur. Het omgeeft de tot 2 mm brede zaden. Deze zaden zijn glanzend.

MM_210129

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Nerfganzenvoet - Chenopodium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
groen
Bloeiwijzen:
pluim, tros
Bloemvorm:
bloemdek
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 bloemdek
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
hartvormig, driehoekig
Bladrand:
grof bochtig getand
Ondergronds deel:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Ganzenvoeten zijn kosmopolieten, dat wil zeggen dat ze over de hele aarde te vinden zijn. Ze horen tot wat we een beetje oneerbiedig onkruiden noemen. De Esdoornganzenvoet is lang niet zo algemeen als de Melganzenvoet en hij komt vooral voor in ruigten in de uiterwaarden langs de grote rivieren en in de duingebieden ten zuiden van Bergen aan Zee.

De plantensoort 'Esdoornganzenvoet' komt voor in de volgende plantenassociaties:

taxonomie

Volgens de nieuwste moleculair filogenetische inzichten in de verwantschap van de Ganzenvoeten en andere geslachten uit de Amarantenfamilie, zijn de Ganzenvoetsoorten tegenwoordig ondergebracht binnen de familie van de Amaranten, en zijn de soorten binnen het geslacht Ganzenvoet nu opgedeeld in een zestal aparte geslachten. Dit laatste is onder meer gebeurd, doordat inmiddels bekend is dat er plantensoorten binnen het (voormalige) geslacht Ganzenvoet een diploïd, tetraploïd en hexapoloïd genoom blijken te hebben. Dit is beschreven in een uitgebreid wetenschappelijk artikel: Fuentes-Bazan, S. et al. (2012) Willdowia: 5-24. Voor de doelstelling  van Flora van Nederland gaat dit veel te diep, maar wie erin geïnteresseerd is kan het via de internationaal toegankelijke wetenschappelijke artikelen bestuderen.

Meer informatie over de ecologie van de Esdoornganzenvoet en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 160. De soort wordt in deze oecologische flora nog Basterganzenvoet genoemd.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 304; in deze flora wordt de soort nog Chenopodium hybridum genoemd. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 509; hierin wordt deze plant Chenopodiastrum hybridum genoemd en ingedeeld in het geslacht Nerfganzenvoet of Chenopodiastrum.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 417-418. In deze flora Basterdganzevoet genoemd.

Denters, T (2020) Stadsflora van de Lage Landen: 239.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Chenopodiástrum hýbridum