Kapvlakten


Kapvlakten ontstaan als stukken bos worden gekapt, waarna plotseling veel meer licht tot de bodem doordringt en versnelde mineralisatie van de opgehoopte humus optreedt. Op zulke plekken komen kruidachtige begroeiingen met een beperkte levensduur tot ontwikkeling. In feite betreft het een bijzondere vorm van ruigten. Na verloop van tijd nemen de houtige gewassen het heft weer in handen en verdwijnen de gemeenschappen.

In ons land wordt slechts één associatie onderscheiden, met Wilgenroosje en Vingerhoedskruid als meest opvallende soorten. Deze associatie is ondergebracht in een zelfstandige vegetatieklasse, de Klasse van de kapvlaktegemeenschappen.