Bijna alle plantensoorten hebben de winterperiode als rustperiode. Bomen en struiken laten hun bladeren vallen en de meeste kruidachtigen overleven deze tijd van het jaar als zaad of als wortelstok en sterven bovengronds af.

Naast een aantal groenblijvende naaldbomen, kennen we in ons land drie heestersoorten die ook in de winterperiode hun blad behouden. Het zijn de besdragende Klimop, Hulst en Maretak. Voor vogels zijn dit belangrijke voedselstruiken, omdat hun vruchten, de zwarte bessen van Klimop, de rode van Hulst en de witte van Maretak in de winter beschikbaar zijn.

Wij mensen genieten op onze eigen manier van deze drie wintergroene plantensoorten. Klimop vind je op heel veel plaatsen in de natuur maar ook in de stedelijke omgeving en in tuinen. Daar brengt deze soort groen vaak direct in onze omgeving. Hulst wordt veel aangeplant in parken, maar ook in bossen in Drente en Limburg tref je de groene Hulst van nature aan in onze natuur. En we kunnen volop genieten in Zuid-Limburg van de Maretak die als kerstballen in vooral populieren en ook andere kale bomen in de winter te zien is.