Video Determinatie

Vertakte leeuwentand - Leontodon autumnalis

Er zijn veel composieten met hoofdjes met alleen gele lintbloemen. Een soort met vertakte stengels zonder bladeren, en hooguit een paar schubjes onder de vertakkingen is Vertakte leeuwentand, Leontodon autumnalis. De bloemknoppen hangen niet voor de bloei zoals we dat bij de Kleine en Ruige leeuwentand zien. Ook valt op dat de stengel geleidelijk verdikt overgaat in de bloemhoofdjesbodem. Een duidelijke afscheiding tussen stengel en hoofdje mis je daardoor. 's Winters blijven de rozetten groen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Tot de grote groep van Composieten met alleen gele lintbloemen en melksap in de bladeren en stengels hoort ook de Vertakte leeuwentand, Leontodon autumnalis L.. Soms wordt nog de naam Herfstleeuwentand gebruikt; wat de letterlijke vertaling is van de wetenschappelijke naam.

De soort is meerjarig en vormt in eerste instantie een rozet die bestaat uit ingesneden bladeren, waardoor deze er bochtig getand tot soms bijna veerdelig uitzien; de bladslippen zijn smal en de eindlob van het blad is lang en smal, terwijl bij de rozetbladeren van Gewoon biggenkruid die eindlob juist heel breed is. De beharing van de bladeren van de Vertakte leeuwentand is variabel in die zin, dat je soms exemplaren vindt met op de bladeren weinig of geen haren, maar je kunt ook exemplaren vinden met veel haren. De haren zijn altijd enkelvoudig en niet aan de top gevorkt. Dat is een onderscheid met de twee andere Leeuwentandsoorten, die op de bladeren naast enkelvoudige haren altijd ook haren hebben die gaffelvormig gesplitst zijn of zelfs een drietoppig eind hebben.

Onder de rozet slaat de plant voor de winterperiode in de wortelstok voedselvoorraad op. Deze lijkt op een afgebeten knolvormig geheel.

Uit de rozet ontwikkelen zich vertakte stengels die bovenin geleidelijk breder worden en overgaan in het omwindsel. De grens tussen stengel en omwindsel is daardoor niet heel duidelijk. Aan de stengels staan geen bladeren, hooguit een enkel schubje op de plaats onder de vertakkingen. Maar het onvertakte deel van de stengel mist ook schubben. De hoofdjes staan alleen aan het eind van de stengel en de vertakkingen. Voor de bloei staan de hoofdjes rechtop en ze knikken niet. Dat laatste doen ze wel bij de twee andere soorten Leeuwentand, die overigens ook altijd onvertakte stengels hebben, zonder schubben. Tijdens de bloei is te zien dat de hoofdjes alleen uit lintbloemen bestaan. Deze lintbloemen hebben geen stroschubben, dat zijn de schubachtige schutbladeren die we wel vinden bij de lintbloemen op de hoofdjes van bijvoorbeeld Gewoon biggenkruid. De lintbloemen die de buitenste rand vormen tegen het omwindsel zijn aan de onderkant vaak rood gekleurd.

Na bestuiving en bevruchting groeien alle onderstandige vruchtbeginsels uit tot nootjes met een geveerd pappus. Het kale hoofdje dat achterblijft vormt met de behaarde omwindselbladen een soort sterretje.

MM_140131

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Leeuwentand - Leontodon
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
Juli - Oktober
Bloemkleuren:
rood, geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
composietenbloem, lintvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje met haarpluis
Zaden:
-
Stengels:
hol, rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
rozet
Bladvormen:
ingesneden, langwerpig
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Vertakte leeuwentand is Europa met uitzondering van de meest zuidelijke gebieden. Ook West- en Midden-Azië horen tot het oorspronkelijk areaal. Tegenwoordig is de soort in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland ingeburgerd sinds de mens haar daar heeft ingevoerd. Het valt op dat vertakte leeuwentand net als de Paardenbloem vaak te vinden is in bemeste cultuurgraslanden, maar ze verdwijnt zodra er van een te hoge bemestingsgraad sprake is. Ook tegen tijdelijke overstroming is Vertakte leeuwentand goed bestand. De plantensoort kan ook behoorlijke hoeveelheden zout verdragen en staat dan ook op de hogere schorren in het buitendijks gebied langs de kust. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, beschrijft de gemeenschappen waarin Vertakte leeuwentand een opvallende rol speelt.

12Ba3 Associatie van Aardbeiklaver en Fioringras

16Ba1 Kievitsbloem-associatie

16Bc1 Kamgrasweide

26Ac4 Associatie van Rode bies;

28Aa1 Draadgentiaan-associatie in de variant die relatief droog en basenrijk is en veel betreden wordt

De plantensoort 'Vertakte leeuwentand' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het geslacht Leontodon heet in het Nederlands Leeuwentand. In het Duits heet het geslacht Löwenzahn of Herbstlöwenzahn. De Paardenbloem heet in het Duits Kuhblume maar wordt nog vaker ook als Löwenzahn benoemd. Deze verwarring vermijd je door de wetenschappelijke namen te gebruiken; die duiden eenduidig de geslachten Leontodon of Taraxacum aan!

Een bijzondere standplaats van de Vertakte leeuwentand is de rand tussen asfalt en de berm langs wegen. Vooral in de nazomer na de maaibeurt van bermen steekt de soort zijn bloeiwijzen de lucht in; de bloei van de soort is dan op zijn hoogtepunt.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van de Vertakte leeuwentand, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 158.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 624.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1104-1105. De Nederlandse naam die in deze flora gehanteerd wordt is Herfstleeuwetand.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Leóntodon autumnális