De Hondsroos, Rosa canina L., is een in Noordwest Europa van nature voorkomende soort uit de Rozenfamilie. Het totale natuurlijke areaal van deze struik is Europa, Noordwest-Afrika en West-Azië. In Noord-Amerika is de Hondsroos geïntroduceerd. Hondsroos maakt samen met soorten als Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn deel uit van onze doornstruwelen.

De struik wordt 1 tot 3 meter hoog. De enkel geveerde bladeren hebben vijf tot zeven gezaagde deelblaadjes, die bij fijnwrijven geen geur afgeven. Mochten de blaadjes dan wel geuren en met name naar frisse appeltjes ruiken dan heb je te doen met de ietwat zeldzamere Egelantier. De takken zijn groen of soms roodachtig aangelopen en hebben aan de onderzijde geen klieren. De stekels op de takken zijn grotendeels haakvormig gebogen. Deze vormen een uitstekende bescherming tegen vraat door grotere dieren. Jonge planten worden nog wel gegeten door grazende geiten en schapen, zoals te zien is op de Zuid-Limburgse kalkgrashellingen.

De Hondsroos bloeit in juni en juli met 4-6 cm grote, witte of roze bloemen. De kroonbladen zijn veel langer dan de kelkbladen en deze zijn alle net als de vele meeldraden ingeplant op de flesvormige bloembodem. De kelkbladen blijven na de bloei teruggeslagen en vallen af voor het rijpen van de vruchten. De vrucht is een ovale, rood-oranje, 1,5-2 cm grote rozenbottel, waarin de zaden te vinden zijn. Hoewel de bloemen veel bezocht worden door allerlei insecten, waaronder bijen, die voor de bestuiving zorgen, kunnen de zaden zich ook ontwikkelen zonder dat er bevruchting plaatsvindt. De bottels worden graag gegeten door allerlei vogels, zoals de koperwiek en de kramsvogel, tijdens de wintermaanden december, januari en februari. Zo dragen deze bij aan het verspreiden van de Hondsroos.

Hondsroos komt voor op voedselrijke, niet te zure, niet te donkere plaatsen, zoals in de duinen en het Maasheggengebied in Noord-Limburg en Brabant. Verder vind je Hondsroos in de rand van bossen, bijvoorbeeld in de mantels van de Eiken-Haagbeukenbossen in Zuid-Limburg, en verder in heggen en in struikgewas in het hele land.

Door Herman van Wissen. © Flora van Nederland