Winterlinde is één van de van nature in onze contreien voorkomende inheemse Lindensoorten. Kenmerken zijn de niet al te grote symmetrische hartvormige bladeren met aan de onderkant roodbruine tot rossige toefjes van haren in de oksels der nerven en een bijna niet opvallend patroon van derde orde nerven die zich bij andere Linden als een duidelijk ladderpatroon laten zien. De geurige bloemen zijn crème van kleur.
Linde, Tilia, hoort tot de Kaasjeskruidfamilie, of Malvaceae. Van nature komen er twee soorten Linde in ons land voor. Zomerlinde en Winterlinde. Het meeste komt echter de Hollandse linde, Tília x europaea L. voor. Het is een kruising van beide wilde soorten. Hier gaan we uitgebreid in op de kenmerken van Winterlinde, Tilia cordata Mill..
Zeer kenmerkend aan alle Linden is het handnervig blad dat min of meer rond is en spits toeloopt. De bladrand is gezaagd. De nerven hebben zijnerven van de tweede orde en deze weer zijnerven van de derde orde. De laatste vormen een zeer kenmerkend ladderpatroon. De twee bladhelften zijn bij de Winterlinde min of meer gelijk van vorm, wat resulteert in een hartvormige bladvoet. Dit kenmerk onderscheidt Winterlinde van Zomerlinde en Hollandse linde. Aan de onderzijde zie je verder in de nerfoksels toefjes van roodbruine tot rossige haren. Bij de Zomerlinde zijn ze wit van kleur. De bladeren zijn niet al te groot, meestal is hun lengte 3-7 cm, kleiner dan bij beide andere Lindes. De bovenkant is diepgroen en de onderkant blauwgroen van kleur. Het ladderpatroon van de nerven van de derde orde springt niet uit; dat is anders bij de andere twee Lindes, waar deze laddernerven wel opmerkelijk duidelijk uitspringen.
De bloeiwijze komt tevoorschijn uit bladokselknoppen en bestaat uit een aantal gele bloemetjes in een gevorkt bijscherm gerangschikt. Het aantal varieert van 5-12 bij de Winterlinde. Aanvankelijk staan de bloeiwijzen met hun langwerpig schutblad of steelblad, zo wel genoemd omdat het met de steel van de bloeiwijze is vergroeid, min of meer rechtop. De twee helmknoppen zitten tegen elkaar aan en staan niet op gescheiden steeltjes wat we kunnen vinden bij een aantal uitheemse exotische Lindes.
De bloemen verspreiden een sterke zoet-weeïge geur waar veel insecten op afkomen. Deze dragen zorg voor de verspreiding van het pollen. Maar ook wordt pollen afgegeven aan de lucht, zodat er windbestuiving kan plaatsvinden. Dat pollen is zeer weinig allergeen, maar er is een klein aantal mensen, die zeer gevoelig kunnen zijn voor bloeiende Lindes. Of dat door pollen of de geur veroorzaakt wordt is nog een vraag. Bij de uitgroei van de vruchtbeginsels tot vruchten vormt zich uit het schutblad een vruchtblad. Na rijping dwarrelen de vruchten samen met het vruchtblad naar beneden. Dat vruchtblad wordt door de wind meegenomen, wat bijdraagt aan een betere verspreiding.
Je vindt op Linden veel beestjes. Met name bladluizen voeden zich met het zoete sap uit de bladeren van de linde. Vaak worden deze bladluizen door mieren gemolken. Maar veel sap valt ook in druppeltjes naar beneden. Lieveheersbeestjes zijn de natuurlijke vijanden van de bladluizen en eten deze op.
MM_260712
Areaal
Winterlinde heeft een verspreidingsgebied dat heel Europa en het westen van Azië omvat.
3000 jaar geleden, na de laatste IJstijd zijn de Linden weer teruggekeerd als onderdeel van de natuurlijke bossen in ons land. Resten van deze Lindebossen zijn tot het midden van de 11 eeuw aangetroffen in midden Limburg waar twee oude dorpen hun naam danken aan de Linde: Linne en Limbricht.
In het Savelsbos is een flink aantal Winterlindes te vinden tot wel 2000. Dit is een oud bosbestand. Ook in de buurt van Nijmegen op de stuwwallen is de Winterlinde te beschouwen als een oorspronkelijke soort.
Gerechtsboom
Sinds de middeleeuwen worden Linden vooral veel aangeplant in lanen en parken of als solitaire boom. Bekend is de Linde op het marktplein, waar vaak ook recht gesproken werd. Zo'n oude solitaire Linde staat in Sambeek, hij is meer dan 500 jaar oud en mogelijk de oudste nog bestaande boom in Nederland.
Beeldhouwen
Lindehout is zacht en gemakkelijk te bewerken. Veel prachtige, oude beelden zijn uit lindehout gesneden en ook nu nog wordt lindehout veel gebruikt door beeldsnijders.
Uitgebreidere informatie over de ecologie van Winterlinde en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 180
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 440-441. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 457-458.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 564. In deze flora wordt de soort Kleinbladige linde genoemd.
Maes, B. (2013): Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen. Boom – Amsterdam. pp. 310-315.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Tília cordáta