Wilde ridderspoor is een opvallende soort uit de Ranonkelfamilie met diepblauwe zeer tot de verbeelding sprekende bloemen met een lange spoor. De bloemen staan in armbloemige trossen op dunne stelen waaraan een paar bladeren verspreid staan. De bladeren zijn onopvallende gevorkt en lijnvormig en hebben daardoor een diep ingesneden aanzien. Wilde ridderspoor is een akker(on)kruid van kalkachtige wintergraanakkers.
Wilde ridderspoor, Consolida regalis Gray, is een inmiddels erg zeldzaam éénjarig akker(on)kruid uit de Ranonkelfamilie of Ranunculaceae. Wilde ridderspoor is nog aan te treffen in als natuurreservaat beheerde wintergraanakkers op kalkhoudende bodems in het zuiden van Limburg. Op andere plekken waar hij voorkwam in het Rivierengebied lijkt de soort vrijwel verdwenen. Wel kennen we Riddersporen als tuinplanten, maar dat zijn geen exemplaren van de hier behandelde soort, die ook goed te onderscheiden zijn van deze inheemse wilde soort, doordat het vruchtbeginsel en de kokervrucht behaard zijn, terwijl die van de inheemse wilde soort kaal zijn.
De slanke planten hebben rechtopstaande dunne stengels die aangedrukt behaard zijn. Bovenin vertakt de stengel en daardoor lijkt de bloeiwijze een armbloemige tros op een samenstel van alleenstaande bloemen. De bladeren staan verspreid aan de stengels en zijn zeer diep ingesneden of gevorkt, waardoor de bladdelen zeer iel en lijnvormig zijn.
Het meest vallen de bloemen op zowel door hun kleur als hun bouw. Elke bloem bestaat uit vijf kelkbladen en 2 of, als je dat beter vindt, 4 kroonbladen. Zowel kelkbladen als kroonbladen zijn diepblauw van kleur. De vijf kelkbladen zijn langwerpig spits van vorm en staan zo gegroepeerd dat er vier in een vlak een soort kraag vormen terwijl er één, het bovenste kelkblad omhoog staat en een grote spoor draagt die tot wel 2,5 cm lang kan zijn en meestal gekromd is. Twee kroonbladen vormen eveneens een spoor die in de eerder genoemde spoor van het kelkblad is opgenomen. De twee andere kroonbladen vormen een soort gelobd honingapparaat met een naar voren gebogen huif. De bloem bevat één langwerpig onbehaard vruchtbeginsel met stijl en stempel en een flink aantal meeldraden daaromheen. Het vruchtbeginsel groeit na bevruchting uit tot een gladde kokervrucht, aanvankelijk wittig van kleur met een duidelijke naad. Als de vrucht helemaal rijp is splijt deze over de naad open en komen de zwarte geribde zaden tevoorschijn.
Gezien de lange (in feite dubbele spoor) kunnen alleen langtongige insecten voor de juiste bestuiving en bevruchting zorgen. Het zijn vooral krachtige hommels van het geslacht Megabombus die in staat zijn om de nectar te bereiken. Met name de Tuinhommel, Megabombus hortorum, is een geschikte bestuiver. Korttongige insecten en hommels plegen wel inbraak door een gaatje te boren in de lange spoor en zo de nectar te stelen.
MM_260724
Ranonkelsoorten zijn bewoners van de gematigde streken van het noordelijk halfrond, en Wilde ridderspoor is een typische cultuurvolger die zich een plek had veroverd in het agrarisch akkerlandschap, maar door de tegenwoordig gerationaliseerde en meer industriële landbouwmethodieken uit zijn oorspronkelijke standplaatsen verdreven is. De plantensoort moet het nu hebben van de speciale akkerkruidreservaten of van alternatieve boeren die met de natuur mee werken en niet uit zijn op opbrengstmaximalisatie. Staatsbosbeheer heeft ons in de gelegenheid gesteld om op een der akkerkruidreservaten beeldmateriaal te verzamelen, waarvoor dank.
Wilde ridderspoor is vanaf 2017 beschermd door de wet natuurbescherming. Het is een van de kensoorten van de Stoppelleeuwenbek-associatie (30Aa1 resp. r31Aa1).
Meer informatie over de ecologie van Wilde ridderspoor en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 229.
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 252. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 309.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 482. In deze flora luidt de wetenschappelijke naam Delphinium consolida
Verbeek, P., Prins, U., Ketelaar, R., Eichhorn, K. en Brouwer, E. (2021, 3e druk 2024) Het Akkerboek. Ontwikkeling en beheer van kruidenrijke akkers. KNNV Uitgeverij: 199.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Consólida regális.