Oosterse sterhyacint - Scilla siberica

Een opvallende verschijning in het vroege voorjaar met name aangeplant in parken is Oosterse sterhyacint. De blauwe bloemen vallen op. Ze staan knikkend aan de rechtopstaande stengel die uit de ondergrondse bol tevoorschijn komt. Meestal staan er zo'n drie lijnvormige bladeren als een rozet rond de kantige stengel.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Vroeg in het voorjaar, slechts korte tijd na de vondst van de eerste Sneeuwklokjes begint Oosterse sterhyacint, Scilla siberica Haw., uit de Aspergefamilie of Asparagaceae te bloeien. Als tuinplant wordt deze laagblijvende, maar door zijn meestal blauwe kleur opvallende plantensoort graag aangeplant in parken.

Uit de ondergrondse bol komen meestal twee tot vier, gemiddeld drie bladeren tevoorschijn. Deze bladeren zijn egaal groen van kleur, smal, parallelnervig en soms wel 15 cm lang. Het zijn lijnvormige bladeren, die boven het midden het breedst zijn. Midden in dit rozetachtige, vegetatieve deel van de plant ontwikkelt zich al snel een stengel waaraan bovenin een aantal bloemen tot ontwikkeling komt. Deze rechtopstaande stengel is kantig op doorsnede.

De bloemen staan in een armbloemige tros en ze hebben vrije, dus niet-vergroeide bloemdekbladen. Ze staan als een ster uiteen. De kleur van de bloemdekbladen is meestal blauw, soms wit. De bloemen knikken naar beneden opzij en als je de bloemstelen vergelijkt met de lengte van de bloemdekbladen, dan zijn de stelen duidelijk korter. Dit is een tweede onderscheid met de vroege sterhyacint die in een vergelijkbaar milieu kan staan en in dezelfde tijd bloeit, maar zijn bloemen rechtop heeft staan. De meeldraden staan aan de basis van de bloemdekbladen ingeplant en zijn daar enigszins verbreed. Vind je planten met vergelijkbare bloemen wier bloemdekbladen wit tot lichtblauw zijn maar met een duidelijke blauwe middennerf, dan heb je te doen met Streephyacint.

MM_210729

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Sterhyacint - Scilla
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
blauw, wit
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
drietallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 in bundels
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, kantig
Schors:
-
Bladstand:
rozet
Bladvormen:
lijnvormig, lancetvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
bol
Plantengemeenschap:

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied of areaal is het zuidoosten van Europa en Klein-Azië, het huidige Turkije. Als tuinplant is de soort in onze streken doorgedrongen en werd in het verleden ook al aangeplant in de parken en tuinen rond stinzen en buitenhuizen. Van daaruit heeft Oosterse sterhyacint zich kunnen verspreiden in de geestgrondrand langs de binnenduinen.

De plantensoort 'Oosterse sterhyacint' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van XX, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4:

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 122. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 135.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Scílla sibérica