Wilde weit - Melampyrum arvense

Door zijn opvallende kleurschakering, rood tot purper en contrasterend geel in de dichte tros met bloemen, valt Wilde weit, als je hem tegenkomt tenminste, direct op. Dit naaste familielid van Hengel heeft in tegenstelling tot Hengel veel bloemen gedrongen bij elkaar staan in een alzijdige tros. Ook de schutbladeren van de bloemen zijn gedeeltelijk purper gekleurd en dragen daardoor bij aan de overweldigende indruk van de bloemtrossen. De bladeren in de bovenste helft van de plant zijn voorzien van spitse tanden aan de voet. Ze staan tegenover elkaar aan de vierkante stengels.

Wilde weit, Melampyrum arvense L. uit de Bremraapfamilie of Orobanchaceae is een eenjarige halfparasitaire plant op granen. Eertijds was zij derhalve afhankelijk van wingergraan. Dit werd vóór  de winter ingezaaid en het primaire worteltje van een kiemend Wilde weit zaadje kon dan de verbinding aangaan met de wortel van het wintergraan. Aangezien tegenwoordig veel meer met zomergraan wordt gewerkt kan deze parasitaire relatie tegenwoordig vrijwel niet meer tot stand komen.

De stengels zijn rechtopstaand en vierkantig op doorsnee. Dan blijken ze ook hol te zijn. De bladeren staan tegenover elkaar aan de stengels. Ze zijn smal lancetvormig tot lijnvormig. Het wordt ook wel als lijnlancetvormig omschreven. De bladeren onderaan de stengel hebben een gave rand, maar naar boven toe zie je dat ze naar de voet toe toe sterk getand zijn. Dat geldt trouwens ook voor de schutbladeren onder de alleenstaande bloemen. Ook deze zijn sterk getand en nemen naar boven toe in de bloeiwijze de paarse kleur aan van de bloemen. Ze hebben daarbij ook nog donkere tot zwarte klierpunten.

De bloemen staan in een dichte tros om de stengel; ze staan alleen en hebben allemaal een eigen behoorlijk groot schutblad dat flink getand is naar de voet toe. Dit type tanden worden wel priemvormig genoemd. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en hebben een duidelijke boven- en onderlip. Dat zie je het beste als je van opzij naar een bloem kijkt. Soms is er dan zelfs een kleine opening zichtbaar tussen beide lippen. De meeldraden liggen onder tegen de bovenlip aan. De kleur van de bloemen is rood, roodpaars of purper met een duidelijke gele, sterk contrasterende vlek of ring midden op de bloem. Door dit kleurenpatroon trekt de Wilde weit direct je aandacht.

Ook bestuivers worden aangetrokken en wel door de geproduceerde nectar. Na bestuiving en bevruchting groeit het bovenstandig vruchtbeginsel uit tot een vrucht met vier zaden. Deze hebben een mierenbroodje en worden dan ook door mieren naar hun nest versleept.

MM_210718

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Zwartkoren - Melampyrum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
geel, paars
Bloeiwijze:
tros
Bloemvorm:
tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
-
Meeldraden:
-
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
-
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, vierkantig
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
lijnvormig, lancetvormig
Bladranden:
getand, gaaf
Ondergronds deel:
-
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Wilde weit loopt van het westen van Azië via het oosten en midden van Europa tot in Engeland. De noordgrens van het areaal ligt in het midden van Nederland. Wilde weit is echter erg zeldzaam geworden en tref je in onze contreien enkel nog maar aan op kalkgraslanden, zoals die in Zuid-Limburg voorkomen. De verspreiding van dit akker(on)kruid was vroeger veel groter en kun je nu vooral nog naast kalkgraslanden, aantreffen op akkerranden die wat weinig of niet bemest zijn, dus weinig stikstof en fosfaat bevatten en een beetje kalk. Maar daarvoor moet je buiten Nederland zijn.

De plantensoort 'Wilde weit' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Vanwege de zeldzaamheid in onze contreien hebben we het beeldmateriaal van de Wilde weit in het midden van Duitsland verzameld, waar de plant nog redelijk veel voorkomt en geen echte zeldzaamheid is. Dat heeft alles te maken met de minder intensieve wijze waarop aldaar de agrarische sector werkt. De moderne landbouwmethoden zijn funest voor dit soort akkerkruiden. Bolderik is daar ook slachtoffer van.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van XX verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 225-227.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk:

Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 634.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 882.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Melampýrum arvénse.

In het Duitse taalgebied: Acker-Wachtelweizen, Braunwurzgewächse.