Video Determinatie

Wilde hyacint - Hyacinthoides non-scripta

Op de video zie je de mooie trossen met blauwe klokvormige bloemen van de in het vroege voorjaar in loofbossen en ook op landgoederen en stinzen bloeiende planten van de Wilde hyacint of Boshyacint, Hyacinthoides non-scripta, vroeger ook wel Scilla non-scripta genoemd. Uit de ondergrondse bollen komt een rozet van lange, lijnvormige en licht gootvormige bladeren tevoorschijn. Uit het centrum van de rozet komt een stengel met daaraan een aantal blauwe klokvormige bloemen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Met de overwinterende bollen in de rulle bodem kan de meerjarige kruidachtige Wilde hyacint uit het geslacht Boshyacint, Hyacinthoides non-scripta (L.) Chouard ex Rothm., uit de Aspergefamilie of Asparagaceae, in het vroege voorjaar zich prachtig manifesteren in rijkere loofbossen, zoals we die kennen in Zuid-Limburg, maar ook wel in de parkachtige aanleg van een aantal stinzen en landgoederen in de Duinstreek en in de loofbossen van de binnenduinen. In oudere flora's wordt nog de wetenschappelijke naam Scilla non-scripta gebruikt.

Ondergronds hebben de planten bollen, waarin ze na de bloei ook hun reserves op slaan, voor een volgend seizoen. Ze maken daarbij verder ook nog nevenbollen, een vorm van vermeerdering. Uit deze bol komt een aantal, maar minstens twee, smalle, lijnvormige bladeren tevoorschijn. Ze hebben ook een beetje de vorm van een goot. Deze bladeren lijken wel een rozet te vormen en ze kunnen tot meerdere decimeter lang zijn. In het midden verschijnt al snel een lange, rolronde stengel, die aan het boveneind een tros draagt met een behoorlijk aantal bloemen. De tros buigt naar één kant. Onder elke bloemsteel staat een schutblad dat net als de bloemdekbladen azuurblauw van kleur is. Aan de voet van de bloemsteel staat verder ook nog een klein steelblad. Overigens kunnen de bloemdekbladen soms roze tot paarsblauw van kleur zijn.

Deze bloemdekbladen zijn niet met elkaar vergroeid, hoewel ze dat ogenschijnlijk lijken te zijn. Maar ze neigen in het onderste deel zo sterk naar elkaar toe dat de bloemen een buis- tot klokvorm hebben, waarbij de bloemdekbladen alle naar buiten klokvormig uitstaan.

In de bloem vind je een vruchtbeginsel dat bovenstandig is met stijl en stempels. Daaromheen staan de zes meeldraden ingeplant halverwege op de bloemdekbladen en de helmknoppen kleuren meestal geelwit. De bloemen kunnen licht geuren.

De doosvrucht die na bevruchting door bijvoorbeeld bezoekende hommels of zweefvliegen ontstaat, is een beetje eivormig en bevat, na uitrijping, een aantal zwarte zaden.

MM_190611

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Aspergefamilie - Asparagaceae
Plantengeslacht:
Boshyacint - Hyacinthoides
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleur:
blauw
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
klokvormig, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, glad, gevuld, rond
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
lijnvormig, gootvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
bol
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Wilde hyacint strekt zich uit in het Atlantisch kustgebied tot in het noorden van Groot-Brittannië. De soort lijkt rond 1700 als een neofyt ingevoerd te zijn in de bossen in de duinen rond 's-Gravenhage waar ze ook als tuinplant werd gebezigd in landgoederen of stinzen.

De plantensoort 'Wilde hyacint' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Vroeger werd Hyacinthoides non-scripta Scilla non-scripta genoemd en ingedeeld in de Leliefamilie of Liliaceae. In oudere flora's is derhalve meestal de geslachtsnaam Scilla te vinden, maar deze is tegenwoordig gereserveerd voor de Sterhyacint, die je vaak wel in parken aangeplant vindt.

In het zuidwesten van Europa tref je de Spaanse hyacint aan. Spaanse en Wilde hyacint bastaarderen met elkaar en leveren vruchtbare nakomelingen op. Dat is in de Nederlandse situatie goed te zien. Volgens de laatste onderzoeken, die mede zijn verwerkt in de 24ste druk van de Heukels'flora, zijn de planten die we hier aantreffen inderdaad te beschouwen als bastaarderingen van beide hiervoor genoemde 'zuivere' soorten. De planten heten derhalve in de nieuwste Heukels Basterdhyacint of Hyacinthoides x massartiana Geerinck.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van de Wilde hyacint, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 288-289.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 122. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 133-134. Hierin wordt de voorkeur uitgesproken om de soort Hyacinthoides x massartiana te noemen.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 325. In deze flora wordt nog de naam Scilla non-scripta gebezigd.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Hyacinthoídes non-scrípta. (voorheen: Scílla non-scrípta).

In het Duitse taalgebied wordt de soort Hasenglöckchen genoemd; Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora für die Gebiete der DDR und der BRD. Band 2 Gefässpflanzen, 10e druk: 476.