Vlottende bies - Isolepis fluitans

Vlottende bies is een uitzondering op het beeld dat we van biezen hebben en heeft een horizontale groeiwijze in tegenstelling tot de meeste biezen met een verticale groeiwijze zie op deze website Mattenbies, Waterbies of Borstelbies. Vlottende bies of Isolepsis fluitans is een zeldzame soort uit de Cypergrassen familie. De plant ligt in het water uitgespreid of ligt op een modderige bodem. De uit de bovenste okselknoppen komende stengels dragen kleine aartjes, 3 tot 4 mm lang, deze stengels staan aan het eind opgericht zodat de aartjes boven het wateroppervlak uitsteken. De aren dragen weinig tweeslachtige bloemen meestel 6 of 7. Binnen de bloemen vinden we geen borstels. Vlottende bies is verder nog te herkennen aan de lichtgroene vlakke of iets gootvormige bladeren.  

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Vlottende bies of Isolepsis fluitans (L.) R.Br. is een soort uit de familie van de Cypergrassen of Cyperaceae. Deze soort is afwijkend van andere biezen uit deze groep, vanwege de liggende of horizontale groeiwijze. De vertakte van bladeren voorziene stengel zweeft in het water of ligt op de modderige natte bodem, in matten waarbij de planten 0,15 tot 0,60 m lang zijn, soms langer tot wel 1 m. De stengel is daarbij sterk vertakt. De onderste stengelknopen zijn in de bodem geworteld.
De bladeren staan in bundels, deze zijn afwisselend aan de stengel geplaatst, hebben een bladschijf van 1 tot 2 mm breed, vlak of enigszins gootvormig met 3 nerven, en zijn tot 10 cm lang. De top is spits. De bladeren vallen op door hun lichtgroene kleur.
Uit de oksels van de bovenste bladeren worden relatief lange bloemstengels gevormd, iedere stengel draagt aan het eind een eivormige aar (aartje) van slechts 3 tot 4 cm lengte. 
De tweeslachtige bloemen zijn klein, 6 tot 7 in aantal, en staan in een spiraal geplaatst. Iedere bloem draagt een vruchtbeginsel met twee stempels en daarnaast drie meeldraden. De bloemdelen worden afgesloten met een groenachtig eirond kafje. In tegenstelling tot bij andere biezen ontbreken de borstels in de bloem. De bloeitijd loopt van juni tot september.
De vrucht is een bleek tot geelwit nootje ter grote ongeveer van 1 mm.

GB_20240210

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Isolepis - Isolepis
Plantvorm:
waterplant
Plantgrootte:
0.15 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
lichtgroen
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
cypergrassenbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
1 kafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
nootje
Stengels:
geribd of geribbeld, drijvend, liggend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
adventieve wortels
Plantengemeenschappen:

Vlottende bies is in Nederland een indicator voor natte, matig voedselarme, wat zure bodems en komt voor in en bij vennen, gegraven poelen en greppels, verder in stilstaand en zwak stromend, vaak wat zwak zuur maar wel schoon water. Groeit op zand en lemige bodems met weinig carbonaat en fosfaat. Sulfaat is juist gewenst. Kwel heeft een gunstig effect.
Areaal: West Europa en verspreid over delen van de wereld.

Verspreiding in België: in de Kempen zeldzaam, daarbuiten zeer zeldzaam (Met dank aan Jan van Twisk).

Vlottende bies maakt, zoals beschreven in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland deel uit van plantengemeenschappen, namelijk van het
06Ac Verbond van Waternavel en Stijve moerasweegbree; en wel binnen de volgende associaties (plantengemeenschappen)

06Ac1 Pilvarenassociatie

06Ac2 Associatie van Kleinste egelskop

06Ac3 Associatie van Veelstengelige waterbies

Soorten die vaak in deze associaties of plantengemeenschappen voorkomen zijn: Moerashertshooi, Ondergedoken moerasscherm, Knolrus, Veelstengelige waterbies, Duizendknoopfonteinkruid, Gewone waternavel, Mannagras, Egelboterbloem en Pilvaren. 

De plantensoort 'Vlottende bies' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Vlottende bies of Isolepis fluitans is ook bekend onder de synoniemen Scirpus fluitans en Eleogiton fluitans. 

De geslachtsnaam Scirpus bestond al bij de Romeinen voor Bies en fluitans is afkomstig is van het Latijnse werkwoord fluere dat stromen betekent. Het Latijnse werkwoord scirpare betekent zoveel als biezen maar ook vlechten. De alternatieve geslachtsnaam Eleogiton laat zich splitsen in het Griekse (h)eleo en gitón en staat dan gelijk met moeras-(onder)kleed.

De namen in andere talen: E = Floating club-rush; D = Flutende Tauchsimse; F = Scirpe flottant.

Nog meer informatie over de ecologie van Vlottende bies en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 258. Hier onder de naam Eleogiton fluitans.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 146. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland: 191-192.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 900. In deze flora wordt de wetenschappelijke naam Scirpus fluitans gebruikt.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Isolépis flúitans