Video Determinatie

Papegaaienkruid - Amaranthus retroflexus

Midden in de zomer kun je op ruderale plaatsen een plant aantreffen die tamelijk groot wordt. Ze heeft verspreid staande bladeren, een stevige stengel en een bijzondere bloeiwijze. Deze lijkt op een aantal bij elkaar staande aren met kluwens van kleine bloemen met stekelige schutbladeren ertussen. Met een beetje geluk zie je hier en daar wat meeldraden met helmhokken, maar die vallen al snel af. In de meeste bloemen ontwaar je een paar stempels op een vruchtbeginsel. Het kan heel goed Papegaaienkruid, Amaranthus retroflexus, zijn.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een eenjarige zomerbloeier met een kluwenvormige samengetrokken pluim of aar is Papegaaienkruid, Amaranthus retroflexus L., uit de Amaranthenfamilie.

De plant kiemt uit een klein zaad en groeit binnen een jaar pijlsnel uit tot een stevige plant. De stengel staat rechtop en kan zich behoorlijk vertakken. De stengel is gevuld en zet zich in de grond voort als een penvormige hoofdwortel met bijwortels. De stengel is enigszins gegroefd en wollig behaard en kan rood verkleuren.

De bladeren staan verspreid aan de stengels. Ze kunnen tot 10 cm groot worden en hebben een eivorm die in een stompe punt eindigt. Ook lijkt de vorm wel wat op een ruit. Het veernervig blad heeft een wel heel typisch opgebouwd weefsel. Als je het blad tegen het licht houdt zie je dat het bladgroen of chlorophyl niet egaal verdeeld is, maar er lijken kleine doorzichtige plekjes in het blad te zitten. Als je dit onder een microscoop bekijkt dan lijkt het wel een soort doolhof.

De bloeiwijze van Papegaaienkruid is wel heel eigenaardig. De bloeiwijzen staan aan het eind van de stengel en zijn vertakkingen maar ook in de oksels van de bovenste stengelbladeren. In de bloeiwijze staan heel veel heel kleine bloemen bij elkaar met daartussen gestekelde schutbladeren. Gewone bladeren, vergelijkbaar met de stengelbladeren vind je hier niet.

In zo'n kluwenvormige bloeiwijze vind je altijd alleen eenslachtige bloemen, maar het is niet gemakkelijk om de bloemen met meeldraden te vinden. Als je de plant op het goede moment te pakken hebt, kun je in elke pluimvormige kluwen een klein aantal helmhokken buiten de kluwen zien steken. Deze leiden je naar die meeldraadbloemen. De overmaat aan bloemen blijken stamperbloemen te zijn. Aan de hand van deze stamperbloemen is een determinatie van een Amarant uit te voeren. Elke stamperbloem wordt omgeven door een paar kleine schutbladeren die stekelpuntig zijn. Dit zorgt ervoor dat de hele bloeiwijze wat stekelig aanvoelt. Binnen die schutbladeren staat een vijftal bloemdekbladen, die zelfs nog wat kleiner zijn dan de schutbladeren. De bloemdekbladeren zijn vliezig wit met een groene nerf die onder de top eindigt. De bovenzijde van de bloemdekbladen is recht of enigszins boogvormig, maar niet spits. Wel vind je in het midden van zo'n bloemdekblad een stekelpuntje dat op de ter plekke ingedeukte rand zit. Het bovenstandig vruchtbeginsel heeft twee of drie stempels, is wat korter dan de bloemdekbladen en groeit snel uit tot een rond blinkend zaadje, dat tijdens de rijping verkleurt van lichtgeel via oranje en bruin naar zwart.

De eenjarige plant sterft af na de bloei, maar heeft dan enorm veel zaden geproduceerd die op de bodem zijn terecht gekomen.

Papegaaienkruid staat op ruderale plaatsen en is een pionier. De bodem is zandig van karakter wordt soms bemest door hondenpoep. De plant is te vinden op spoorwegemplacementen en op diverse ruderale plekken, ook wel in de stad.

MM_130811

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Amarantenfamilie - Amaranthaceae
Plantengeslacht:
Amarant - Amaranthus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Juli - Oktober
Bloemkleuren:
wit, lichtgroen
Bloeiwijzen:
kluwen, pluim
Bloemvorm:
viertallig
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
5 bloemdek
Meeldraden:
2 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
eirond, ruitvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
penvormige hoofdwortel met bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied of areaal van Papegaaienkruid is Noord-Amerika. Door menselijk toedoen is de soort in de 19e eeuw vanuit dat werelddeel in Europa terecht gekomen en heeft het zich ook verder verspreid over het noordelijk halfrond. Zo'n plantensoort die pas kort geleden in onze omgeving is terecht gekomen noemen we een neophyt. De soort heeft een voorkeur voor droge zandige bodems en voor open plekken. Daar kan ze goed en snel uit zaad haar levenscyclus voltooien. Je treft haar dan ook aan op spoorwegemplacementen, op ruderale plekken als verlaten bouwterreinen, in zogenaamde overhoekjes in de stad. Soms zie je haar in een bepaald jaar op een bepaalde plek, maar het jaar daarna komt ze niet uit zaad op.

De plantensoort 'Papegaaienkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Als je het blad tegen het licht houdt zie je dat het bladgroen of chlorophyl niet egaal verdeeld is, maar er lijken kleine doorzichtige plekjes in het blad te zitten. Als je dit onder een microscoop bekijkt dan lijkt het wel een soort doolhof. Dit soort doolhof-chlorophyl tref je aan bij C4 planten, dat zijn planten die een zeer snel systeem van fotosynthese hebben, waardoor ze enorm snel kunnen groeien. Maïs is ook zo'n C4 plant.

De suggestie dat de naam Papegaaienkruid iets met de Duitse naam te maken zou hebben wordt geloochenstraft met die Duitse naam. Deze is namelijk Zurückgebogener Fuchsschwanz, zoals in de Exkursionsflora van Werner Rothmaler (Berlin, DDR, 1981) is te lezen. Overigens is de naam Fuchsschwanz niet alleen in gebruik voor Amaranth, maar ook voor Vossenstaart. Wederom een aanwijzing hoe belangrijk het is de wetenschappelijke naam van een organisme (ook) te gebruiken.

Meer informatie over de ecologie van Papegaaienkruid en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 175-176.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 300. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 503.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 427

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Amaránthus retrofléxus.