Klein vogelpootje - Ornithopus perpusillus

De kleine planten van Klein vogelpootje, Ornithopus perpusillus, vallen tijdens de bloei op in de grazige zandige akkers en bermen door hun meerkleurige vlinderbloemen. Na de bloei zijn hun kromme peulvruchten opmerkelijk die meestal met drie of vier bij elkaar staan en dan een soort van vogelpoot vormen.

Klein vogelpootje, Ornithopus perpusillus, uit de Vlinderbloemenfamilie of Fabaceae, is een eenjarige plantensoort die in de herfst kiemt en een lange penwortel en een kleine rozet vormt. Deze overwintert, waarna in het vroege voorjaar in de oksels van de rozetbladeren liggende tot opstijgende stengels omhoog groeien. Deze opstijgende stengels lijken in een kring te staan.

Aan de stengels staan de samengestelde bladeren verspreid. De deelblaadjes zijn klein, rondachtig tot langwerpig en niet groot, maximaal 7 mm. Er staan tussen de 7 en 22 paar deelblaadjes onder het topblaadje. Aan de stengeltoppen ontstaat een armbloemige bloeiwijze die meer op een half scherm lijkt dan op een hoofdje. Onder de bloeiwijze staat een schutblad dat uit een paar deelblaadjes bestaat en dat langer is dan de bloeiwijze. De tweezijdig symmetrische vlinderbloemen zijn niet groot. De vergroeide kelkbuis heeft vijf korte driehoekige kelktanden. De kroonbladen zijn meerkleurig; de vlag is wit tot roze met een opvallend honingmerk van rode tot purperen strepen. De zwaarden zijn wit en de kiel is geel. In de kiel zijn negen van de tien meeldraden met elkaar vergroeid de tiende daarentegen is vrij.

Wordt een bloem door een insect bezocht, dan landt dit op de kiel en door het gewicht wordt de kiel naar beneden gedrukt en klappen de meeldraden naar buiten. Dit type bestuiving heet het klapstoelmechanisme. Na bestuiving en bevruchting groeit het bovenstandig vruchtbeginsel uit tot een wat kromme peul, waarin de verdikkingen waar de zaden zitten als kralen opvallen. Doordat er meestal een paar van die gekromde peulen bij elkaar staan, lijkt dit wel wat op een vogelpootje, waar de naam vandaan komt.

Klein vogelpootje is een soort van kalkarme, zandige bodems met grasland.

200523_MM

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Vogelpootje - Ornithopus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.25 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
wit, rood, geel, roze
Bloeiwijze:
scherm
Bloemvorm:
vlinderbloemtype
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 waarvan 9 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, liggend
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
oneven geveerd, samengesteld
Bladranden:
gaaf, behaard
Ondergronds deel:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het 'atlantisch' verspreidingsgebied van Klein Vogelpootje omvat het westen en midden van Europa en een aantal eilanden in de Atlantische Oceaan. In onze streken vind je de soort op de pleistocene zandgronden op grazige, kalkarme plekken. Ook in de duinen tot ter hoogte van Schoorl en op hobbelige, onbemeste en grazige plekken in de uiterwaarden langs de Maas en de Overijsselse Vecht.

De plantensoort 'Klein vogelpootje' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Hanneke van Doornik heeft heel goede foto's via e-mail gestuurd op 20 mei 2020

Uitgebreidere informatie over de ecologie van het Klein vogelpootje en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 151-152.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Duistermaat, L (2020) Heukels'flora van Nederland, 24ste druk: 357.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 770.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Orníthopus perpusíllus

In het Duitse taalgebied heet de soort Vogelfuss; Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora für die Gebiete der DDR und der BRD. Band 2 Gefässpflanzen, 10e druk: 283.