Hemelboom - Ailanthus altissima

De Hemelboom is een tot 25 meter hoog wordende boom, die tegenwoordig veel wordt aangeplant als stadsboom of als parkboom. De bladeren zijn samengesteld en oneven geveerd. Het zijn grote bladeren en aan de deelblaadjes die spits toelopen, vallen onderaan het deelblaadje grote tanden en klieren op.

Een steeds meer in gebruik komende stadsboom, bijvoorbeeld als beplanting van drukke straten, of als solitaire boom in parken is de Hemelboom, Ailanthus altissima (Mill.) Swingle uit de Hemelboomfamilie of Simaroubaceae.

De stam van de boom is slank en hoog tot wel 25 meter en reikt als het ware naar de hemel. Hij vertakt maar heel weinig en die vertakkingen streven ook omhoog. De kleur van de bast is grijsbruin en behoorlijk glad tot heel weinig en dan oppervlakkig gegroefd. Aan de vele twijgen staan de bladeren verspreid. Het zijn grote samengestelde bladeren die uit meerdere deelblaadjes bestaan. Het zijn oneven geveerde bladeren en de deelblaadjes vallen op doordat ze wat scheef zijn en lancetvormig. Aan de basis of de voet van de deelblaadjes is de bladrand niet gaaf maar grof getand. Zo'n deelblaadje lijkt dan zelfs spiesvormig; ook staan er een tweetal tot soms vier grote klieren aan de voet van de deelblaadjes.

In de maanden juni en juli bloeit de Hemelboom met grote opvallende pluimen met geelwitte bloemen. De bloemen zijn eenslachtig en soms tweeslachtig. Er blijken dan bomen met alleen meeldraadbloemen te zijn of met alleen stamperbloemen of tweeslachtige bloemen. In een laan met Hemelbomen kun je dat onderscheid het gemakkelijkst in de nazomer en herfst waarnemen; immers in een flink aantal bomen zie je dan de trossen met bruinrode vruchten, die naarmate de herfst vordert steeds meer grijsbruin worden. De gevleugelde zaden, ze lijkten wel wat op de zaden van de Es, blijven nog een flinke tijd aan de boom hangen. Bomen waaraan je geen zaden ziet, zijn mannelijk bloeiende bomen. Er is derhalve sprake van een (gedeeltelijke) tweehuizigheid.

181012_MM

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Hemelboomfamilie - Simaroubaceae
Plantengeslacht:
Ailanthus - Ailanthus
Plantvorm:
boom
Plantgrootte:
2.00 - 25.00 meter
Bloeiperiode:
Juli - Juli
Bloemkleur:
geelwit
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
bloemdek
Bloemtype:
eenslachtig en/of tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
10 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
gevleugelde vrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
bruin, grijs, gegroefd, glad
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
oneven geveerd, samengesteld
Bladranden:
getand, gaaf
Ondergronds deel:
hoofdwortelstelsel
Plantengemeenschap:

De Hemelboom is een exoot afkomstig uit China en het zuidoosten van Azië en staat daar veelal in de buurt van Tempels. De boom wordt daarom ook wel tempelboom genoemd en reikt met zijn rijzige gestalte als het ware richting Hemels Paradijs.

Het is ook een invasieve soort, omdat deze boom de inheemse biodiversiteit kan bedreigen en eventueel inheemse soorten kan verdringen. Ook kan er mogelijk schade optreden in de landbouw of de gezondheid kan worden bedreigd.

De plantensoort 'Hemelboom' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Met zijn grote bladeren neemt de Hemelboom veel luchtverontreinigende stoffen op uit de atmosfeer. Dit maakt de Hemelboom tot een ideale stadsboom; hij wordt dan ook steeds meer toegepast in de stedelijke bebouwing.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 448. Of met de nieuwe uitgave van deze flora Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 455.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 597.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Ailánthus altíssima.