Bosbingelkruid - Mercurialis perennis

De eenhuizige planten van Bosbingelkruid herken je aan de verschillende typen bloemen, namelijk meeldraadbloemen en stamperbloemen als de soort in het bos in het voorjaar bloeit. De soort kan grotere oppervlakken van de bosbodem bedekken. De stengels zijn onvertakt en staan rechtop. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemen staan op lange stelen in de bladoksels.

Een meerjarig kruid dat soms grote oppervlakken van de bosbodem kan bedekken is Bosbingelkruid, Mercurialis perennis L., uit de Wolfsmelkfamilie of Euphorbiaceae. Maar ze hebben geen melksap als je er iets van afbreekt of de stengel doorbreekt.

De planten hebben een rechtopstaande, kantige en gevulde stengel die niet vertakt is en die op een korte wortelstok staat. Tuinbingelkruid heeft een sterk vertakte stengel, waardoor het uiterlijk van Tuinbingelkruid  nogal bossig is. Dit is een goed onderscheid tussen de twee Bingelkruidsoorten. Uit de wortelstok van Bosbingelkruid kunnen meerdere rechtopstaande stengels met planten tevoorschijn komen. Aan de stengel staan de driehoekige, langwerpige donkergroene bladeren tegenover elkaar. Op de plaats waar de bladsteel aan de stengel staat staan twee kleine steunblaadjes. Bovenaan de stengel kunnen de bladeren soms heel dicht op elkaar staan, waardoor het wel kransen lijken. Stengel en bladeren zijn behaard.

Er zijn planten met alleen mannelijk bloeiende bloemen en andere planten met alleen vrouwelijk bloeiende bloemen. Het is derhalve een tweehuizige plantensoort. In de oksels van de bladeren staan de bloeiwijzen. De mannelijk bloeiende bloeiwijzen zijn aren waarin op diverse hoogten boven elkaar de kleine bloemen staan. Het zijn er twee of drie bij elkaar. Deze hebben drie groenkleurige bloemdekbladen die snel af kunnen vallen. Zo'n mannelijk  bloeiende bloem heeft meerdere meeldraden met gele helmknoppen, die open gaan en stuifmeel of pollen vrij geven aan de lucht. Als deze open helmhokken leeg zijn kleurt de rest zwart. Ook de vrouwelijke bloemen staan op lange stelen. Dit onderscheidt Bosbingelkruid eveneens van Tuinbingelkruid, want bij deze soort staan de bloemen in de oksels van de bladeren zonder een bloemsteel. Na de bloei en bevruchting via de wind ontstaan uit de vruchtbeginsels tweedelige kluisvruchten die sterk behaard zijn. Op deze vruchten staan veel haren en de resten van de twee stempels.

MM_190423 

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Wolfsmelkfamilie - Euphorbiaceae
Plantengeslacht:
Bingelkruid - Mercurialis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.40 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleur:
groen
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
drietallig
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek
Meeldraden:
10 of meer, in bundels
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
kluisvrucht
Zaden:
-
Stengels:
geribd of geribbeld, rechtopstaand, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
driehoekig, langwerpig
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds deel:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Bosbingelkruid omvat Europa en het noordelijk deel van Azië, maar niet in het uiterste noorden. In Nederland is het areaal vrijwel geheel beperkt tot de loofbossen van Zuid-Limburg. Ook in de aangrenzende gebieden met kalkhoudende bodems in de Euregio tref je Bosbingelkruid aan.

De plantensoort 'Bosbingelkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Bingelkruiden zijn tweehuizige planten, dat wil zeggen dat de mannelijk bloeiende meeldraadbloemen en vrouwelijk bloeiende stamperbloemen niet op een en dezelfde plant te vinden zijn. Voor planten uit de Wolfsmelkfamilie, waarbij de Bingelkruiden zijn ingedeeld, is opvallend dat ze geen wit melksap hebben. Wel hebben ze kluisvruchten, maar dan twee in plaats van drie zoals de Wolfsmelksoorten die kennen.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Bosbingelkruid verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 9

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 344. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 412.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 623-624. In deze flora wordt de plantensoort Overblijvend bingelkruid genoemd.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Mercuriális perénnis.

In het Duitse taalgebied wordt de soort Ausdauerndes Bingelkraut maar ook wel Wald-Bingelkraut genoemd. Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora für die Gebiete der DDR und der BRD. Band 2 Gefässpflanzen, 10e druk: 227.