Bergnachtorchis, Platanthera chlorantha, is een zeldzamere soortgenoot van Welriekende nachtorchis. Hij lijkt op het eerste gezicht erg veel op Welriekende, maar aan een paar kenmerken kun je beide orchideeënsoorten uit elkaar houden. Zo is de lip van Bergnachtorchis vaak in het onderste deel groen aangelopen, de lange spoor verbreedt naar beneden toe en heel duidelijk staan de polliniën de stuifmeelklompjes veel verder uit elkaar. Ook de grondstandige bladeren zijn meer elliptisch tot rond dan langwerpig,
Een meerjarige kruidachtige en zeldzame plant is Bergnachtorchis, Platanthera chlorantha (Custer) Rchb. uit de Orchideeënfamilie of Orchidaceae.
Ondergronds heeft de Bergnachtorchis, net als zijn verwant de Welriekende nachtorchis, twee knollen, die als een voorraadschuur zorgen voor de overwintering van de soort. Deze twee knollen zijn toegespitst in penwortels. Boven deze knollen aan de basis van de planten zo ongeveer op het maaiveld vind je wat schubben en twee grote grondstandige elliptische bladeren.
Beide bladeren zijn elliptisch tot bijna eirond en hebben een naar de voet versmallende steel met wat bladweefsel er langs. We noemen dit een gevleugelde bladsteel. Aan de onderkant van de bladeren valt de duidelijke hoofdnerf op. De kleur der bladeren is glanzend grasgroen. De grondbladeren van Bergnachtorchis zijn duidelijk bredre dan de bladeren van de verwachte Welriekende nachtorchis, die meer langwerpig en smaller zijn.
Aan de kantige stengel staan hogerop nog enkele erg kleine op schutbladeren lijkende bladeren. De stengel gaat over in een losse aar met daarin de bloemen. Onder elke bloem staat een klein groen schutblad. De schutbladeren zijn ongeveer even lang als de dunne vaak gebogen vruchtbeginsels. De bloemen geuren vooral 's nachts en trekken met die geur bestuivers, nachtvlinders e.d., aan. De witte bloemen hebben een typische orchideeën bouw. Twee sepalen, vergelijkbaar met kelkbladen, staan schuin naar beneden en het middelste naar boven gerichte sepaal (kelkblad) vormt met twee petalen (kroonbladen) een helm. De lange vlezige lip van 8 tot 12 mm lang die vaak groenig kleurt, heeft aan de voet een twee centimeter lange spoor, die 2 tot 3 maal zo lang is als het vruchtbeginsel en van horizontaal tot naar beneden gebogen kan zijn. Deze lip kun je beschouwen als het derde kroonblad. De onder in de spoor geproduceerde nectar kan alleen door langtongige nachtvlinders bereikt worden. De spoor is onderaan meestal verbreed.
De onder de helm op de zuil zittende pollenklompjes (polliniën) kunnen met hun hechtschijfje op het hoofd geplakt worden van de bezoekende bestuivers, vooral pijlstaarten. Deze nemen de polliniën, die behoorlijk ver uit elkaar staan aan de ingang van de spoor, mee op hun snuit en bij bezoek aan een volgende bloem zetten ze de polliniën af op het stempel. Tussen de twee helmhokjes zit het zogenaamde helmbindsel. Dit is ongeveer even lang als breed. Een duidelijk onderscheid met Welriekende nachtorchis. Na bestuiving en bevruchting ontstaat in het vruchtbeginsel een groot aantal stoffijne zaden, die bij rijpheid van de doosvrucht door de wind worden verspreid.
MM_260915
Het verspreidingsgebied is het midden en zuiden van Europa en het aansluitend deel van Siberië. Nederland ligt aan de noord-west grens van het areaal vandaar dat Bergnachtorchis voornamelijk in Zuid-Limburg voorkomt en wel in kalkgrasland en de loofbossen op krijt. Ook in Zeeuws-Vlaanderen en op Walcheren komt ze nog voor. In België is Bergnachtorchis vooral in Wallonië nog goed vertegenwoordigd. Onze opnamen hebben we gemaakt in Frankrijk.
Bergnachtorchis is als kwetsbare soort gekwalificeerd en derhalve beschermd volgens de natuurwetgeving. Beide Platantherasoorten kunnen gemakkelijk hybridiseren met als resultaat Platanthera hybrida. Beij deze hybride staan de polliniën wat dichter bij elkaar dan bij P. chlorantha maar wel wat verder uit elkaar dan bij P. bifolia.
Nog meer informatie over de ecologie van Bergnachtorchis en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 359
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 113. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 150-151.
Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 358.
Kreutz, C.A.J. (Karel) (2019): Orchideeën van de Benelux, deel 2, 1178
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Platanthéra chlorántha