Video Determinatie

Vijfvingerkruid - Potentilla reptans

Met zijn gele bloemen en de opvallende vijtallige bladeren, die op de vijf vingers van een hand lijken is Vijfvingerkruid, Potentilla reptans, een van onze zeer algemene soorten in graslanden. Waar de bladsteel aan de stengel zit, staan twee steunblaadjes. Ook in akkerranden en op ruderale zanderige grond vind je de soort. Ze hebben een lange kruipende en meestal onvertakte stengel, die op geregelde afstanden verspreid staande bladeren hebben. In de oksel van zo'n blad ontstaat een bloemsteel met gele bloem. Deze heeft vijf kroonbladen zonder oranje vlekken en een bloembodem met vijf kelkbladen en vijf bijkelkslippen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Vijfvingerkruid, Potentilla reptans L., hoort tot de Rozenfamilie en dankt zijn naam aan de vorm van het blad. Het handnervig, samengestelde blad heeft vrijwel altijd vijf deelblaadjes. Een enkele keer kunnen het er zeven zijn. De deelblaadjes hebben een gezaagde bladrand.

De regelmatige bloemen staan in de oksels van een blad op zogenaamde knopen. De bloemen zijn geel van kleur en hebben een duidelijke verbrede bloembodem, waarop de vijf kroonbladen, de vele meeldraden en vele vruchtbeginsels zijn ingeplant. Aan de rand van de bloembodem vind je de vijf kelkbladen en vijf bijkelkslippen ingeplant. De brede bloembodem onderscheidt de gele soorten uit de Rozenfamilie gemakkelijk van de gele soorten uit de Ranonkel- of boterbloemfamilie. Deze laatste hebben namelijk geen bloembodem (of een bloembodem die slechts zo breed is als de stengeldikte).

De lange uit een rozet komende stengels kruipen over de grond en op de plek waar knopen zijn te vinden ontwikkelen zich niet alleen de verspreid staande bladeren met in hun oksel een bloemknop die tot een bloem kan uitgroeien, maar ook nieuwe worteltjes. Deze boren zich in de zanderige bodem en zo kan zich daar op deze kruipende stengels, die we ook stolonen noemen, een aantal plantjes ontwikkelen die in feite klonen van elkaar zijn. Op deze manier kan Vijfvingerkruid een open terrein gemakkelijk koloniseren.

Vijfvingerkruid staat in open graslanden, bermen, op ruigten en ruderale plekken, bij voorkeur in de volle zon en op zandige bodems. Het is een zeer algemene soort, net als Zilverschoon.

MM_111105

Laatste wijziging: 130730

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Rozenfamilie - Rosaceae
Plantengeslacht:
Ganzerik - Potentilla
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.15 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
10 kelkbladen en bijkelkslippen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
20 of meer
Vruchtbeginsel:
veel, bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
dopvrucht
Zaden:
-
Stengels:
stolonen, gevuld, kruipend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
handvormig, vijftallig
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Vijfvingerkruid omvat de gematigde streken van Europa en Azië. Ook het gebied van het Atlasgebergte in Noord-Afrika hoort tot zijn areaal. Het is een echte cultuurvolger en daardoor inmiddels over de hele aarde verspreid. De standplaats komt in veel opzichten overeen met die van Zilverschoon, maar Vijfvingerkruid is wat kieskeuriger en kan niet zo goed tegen een langdurig vochtige bodem, waar Zilverschoon geen moeite mee heeft. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland deelt Vijvingerkruid in bij de

12Ba1 Associatie van Geknikte vossenstaart

38Aa1 Bijvoet-ooibos

De plantensoort 'Vijfvingerkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Daar waar Vijfvingerkruid en Tormentil gezamenlijk voorkomen in droge duinen, kan door kruising tussen deze soorten een gezamenlijke nakomeling ontstaan, namelijk Kruipganzerik. Deze soort kan zich zelfstandig handhaven.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Vijfvingerkruid en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 85.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 387.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 712.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Potentílla réptans