Video Determinatie

Smalle stekelvaren - Dryopteris carthusiana

Niet alleen in onze droge bossen, maar ook op beschaduwde beek- en greppelkanten kan de Smalle stekelvaren, Dryopteris carthusiana, gevonden worden. Hij lijkt veel op de Brede stekelvaren, maar de in bundels staande bladeren staan veel meer stijf rechtop. De schubben op de onderste helft van de bladsteel zijn licht van kleur en door de vertakte wortelstokken vind je vaak meerdere rozetten bij elkaar in de buurt.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Ecologische parameters

Smalle stekelvaren, Dryopteris carthusiana (Vill.) H.P.Fuchs, is vaak te vinden op dezelfde plaatsen als de Brede stekelvaren, hoort ook tot de Niervarenfamilie, maar valt op door zijn rechtopstaande groeiwijze. De plant groeit in bundels of toeven, is lichter groen en lijkt stijver, dan de verwante soort, Brede stekelvaren. De typische biotopen zijn bossen en beschaduwde beek en greppelkanten. De soort is ook te vinden op muren en in basaltglooiingen. De bodem is daarbij vrij vochtig, zuur en arm tot matig voedselrijk.

Het is een lage tot middelhoge plant en hij wordt niet hoger dan 0.8 m.

De bladsteel is, net als bij Brede stekelvaren, relatief lang, vaak 1/3 (soms bijna ½) van de totale bladlengte. Het onderste deel van de steel is bezet met schubben. Deze zijn relatief breed, bleek lichtbruin, en eindigen in een haarvormige top. De bladsteel is veel minder met schubben bezet, vergeleken met Brede stekelvaren. De bladspil is meestal niet met schubben bezet. Het blad is duidelijk smaller dan dat van de verwante soort, maar ook hier geldt dat de onderste bladparen al vrijwel de grootste breedte hebben.

Deelblad en sporenhoopjes dragen geen klieren en dit is een verschil met de Brede stekelvaren.

De onderzijde van de deelblaadjes dragen ronde sporenhoopjes in twee rijen naast de middennerf geplaatst. De dekvliesjes zijn niervormig, en bedekken de jonge sporen. Ze zijn niet lang blijvend.

In tegenstelling tot Brede is de wortelstok van Smalle stekelvaren meestal vertakt. Dit levert dan meerdere rozetten op vlak bij elkaar. De sporen rijpen in de nazomer.

GB_120104

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Niervarenfamilie - Dryopteridaceae
Plantengeslacht:
Niervaren - Dryopteris
Plantvorm:
sporenplant
Plantgrootte:
0.30 - 0.80 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleur:
-
Bloeiwijze:
nvt
Bloemvorm:
nvt
Bloemtype:
-
Bloembladen:
-
Meeldraden:
-
Vruchtbeginsel:
-
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
-
Zaden:
-
Stengel:
met schubben
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, wortelstandig, rozet
Bladvormen:
afnemend 2-3 x geveerd, driehoekig
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het areaal of verspreidingsgebied van Smalle stekelvaren is het noordelijk halfrond. De soort is te vinden in Noord-Amerika, Europa en Noord-Azië. In onze contreien vind je de soort niet alleen op dezelfde groeiplaatsen als Brede stekelvaren, maar ook op plekken waar de bodem vochtig is. Schaminée, J. et al. (2010) beschouwen Smalle stekelvaren in hun Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland als belangrijke soort in de plantengemeenschappen

21Ab2 Tongvaren-associatie

39Aa Verbond der Elzenbossen

41Aa Verbond der Naaldbossen

41Aa3 Kussentjesmos-Dennenbos

42Aa Zomereik-verbond

43A Klasse der voedselrijke Eiken- en Beukenbossen

De plantensoort 'Smalle stekelvaren' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Omdat er wel eens bastaardering optreedt met de Brede stekelvaren, werden vroeger de Smalle en Brede stekelvaren wel als één soort beschouwd, namelijk Stekelvaren of Polystichum spinulosum. Maar tegenwoordig maken we onderscheid tussen beide soorten.

Meer informatie over de ecologie van Smalle stekelvaren en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 46.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 64.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 168.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Dryópteris carthusiána