Video Determinatie

Brede stekelvaren - Dryopteris dilatata

In onze bossen tref je vaak ondergroei aan van een aantal varens, waaronder de Brede stekelvaren, Dryopteris dilatata. Deze varensoort is gemakkelijk in het bos te herkennen, doordat de bladeren die uit de wortelstok te voorschijn komen als het ware overhangen naar de bosbodem. Daardoor lijkt het net of er een bal midden in de varenplant is gevallen. De schubben aan de onderste helft van de badsteel zijn donkerbruin van kleur. Als de bladeren in het voorjaar uit de wortelstok te voorschijn komen rollen ze als het ware uit.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Brede stekelvaren, Dryopteris dilatata (Hoffm.) A. Gray, hoort tot de Niervarenfmilie. We komen de soort overal tegen in de bossen van de arme zandgronden. Het is de meest voorkomende varensoort in bossen op de Veluwe, in Noord Brabant, de zandgronden van Oost-Nederland en in Drenthe. Door heel Nederland is deze soort te vinden. Andere standplaatsen zijn waterkanten en stenige plaatsen zoals muren. De bodem is daarbij vochtig, maar niet uitgesproken nat, en licht tot tamelijk zuur.

Deze varen behoort tot de middelhoge tot hoge varens die wel 1.50 m hoog kunnen worden, meestal ruim een meter. De bladeren staan in dichte toeven, met aan de buitenkant naar beneden hangend toppen, bijeen. De bladeren zijn donkergroen, en kunnen het bos, vooral een naaldbomenbos, daarmee een wat zwaarmoedig uiterlijk geven. De bladsteel is onderaan vrij dik, donker tot zwart van kleur. Het bladsteeldeel is relatief lang en vaak maar weinig korter dan de helft van de totale bladlengte. De eerste zijtakken zijn al meteen vrij breed, bijna de grootste bladbreedte, waardoor het blad in omtrek ongeveer driehoekig is. Beide verschillen, zowel voor de lengte van de bladsteel als van de breedte van de onderste vertakkingen, zijn kenmerkend ten opzichte van Wijfjesvaren en Mannetjesvaren.

De gezaagde deelblaadjes eindigen in een korte, min of meer kleurloze tand. Ze kunnen net als de dekvliesjes bezet zijn met kleine klieren. Van de aan de zijtakken geplaatste deelblaadjes zijn de naar beneden gerichte duidelijk meer ontwikkeld (groter) dan de naar boven gerichte delen. Dit is een opvallend verschil tussen de stekelvarens enerzijds en de niervarens binnen de familie Dryopteridaceae (Niervarenfamilie) anderzijds.

De vrij grote schubben onderaan de bladsteel hebben een donkere middennerf en zijn aan de rand licht doorschijnend. De ronde sporenhoopjes staan aan de onderzijde van het blad, en zijn net als bij andere leden van de Niervarenfamilie, afgedekt met niervormige dekvliesjes (de naam van de familie is hiervan afgeleid!). De sporen rijpen in de late zomer.

Wanneer we een paar veel voorkomende varens op een rij zetten, voor wat betreft vochtbehoefte, dan staat Brede stekelvaren tussen Mannetjesvaren (aan de droge kant) en Wijfjesvaren (aan de natte kant) in.

GBMM_120105

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Niervarenfamilie - Dryopteridaceae
Plantengeslacht:
Niervaren - Dryopteris
Plantvorm:
sporenplant
Plantgrootte:
0.30 - 1.20 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleur:
-
Bloeiwijze:
sporenkapsel
Bloemvorm:
nvt
Bloemtype:
-
Bloembladen:
-
Meeldraden:
-
Vruchtbeginsel:
-
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
-
Zaden:
-
Stengel:
met schubben
Schors:
-
Bladstand:
rozet
Bladvormen:
afnemend 2-3 x geveerd, driehoekig
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het areaal of verspreidingsgebied van de Brede stekelvaren omvat Europa, Noord-Amerika en Noord-Azië. In de Benelux vind je de soort vooral in de drogere bossen. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland delen de soort in in de volgende plantengemeenschappen:

39Aa1 Moerasvaren-Elzenbroek

41A Verbond der Naaldbossen

42Aa1 Berken-Eikenbos

43Ab1 Eiken-Haagbeukenbos

De plantensoort 'Brede stekelvaren' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Omdat er wel eens bastaardering optreedt met de Smalle stekelvaren, werden vroeger de Brede en Smalle stekelvaren wel als één soort beschouwd, namelijk Stekelvaren of Polystichum spinulosum. Maar tegenwoordig maken we onderscheid tussen beide soorten.

Meer informatie over de ecologie van Brede stekelvaren en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 46.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 64.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 168.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Dryópteris dilatáta