Video Determinatie

Teer guichelheil - Anagallis tenella

In natte graslanden in duinvalleien, en ook in moerassige heide, is een tere plant te vinden met roze tot roze-rode kleine bloemen. Teer guichelheil, Anagallis tenella, is een kruipende plant, die op de knopen in de stengels wortelt. De bloemen staan in de oksels van de kleine tot 7 mm grote bladeren. De ook niet echt grote bloemen hebben een kroon die 2-3 maal zo groot is als de kelk. De zeldzame plant bloeit in de voorzomer.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

In de Sleutelbloemfamilie komt een geslacht voor met kleine tere bloemen die in de oksels van de kleine bladeren staan. Op de rode lijst als kwetsbaar staat Teer guichelheil, Anagallis tenella (L.) L., dat roze tot roze-rode fijne en tere bloemen heeft. In tegenstelling tot Rood en Blauw guichelheil, die eenjarige soorten zijn, is Teer guichelheil een meerjarige soort, die in de vegetatie waar hij staat kan overwinteren.

De draadvormige en tere stengels van Teer guichelheil kruipen over de natte bodem en wortelen op de knopen in de stengel. De kleine ronde tot eironde bladeren zijn ongeveer 6-7 mm groot en staan tegenover elkaar aan de stengels. Zelden vind je kransen van drie bladeren of wat verspreid staande bladeren. Ze zijn kort gesteeld en hebben geen klierpuntjes. De randen van de bladeren zijn gaaf. Het ontbreken van de klierpuntjes onderscheidt Teer guichelheil van Rood guichelheil dat wel klierpuntjes op de bladeren. Alleen als de stengels zich oprichten kun je een kruisgewijze bladstand bij Teer guichelheil waarnemen.

In de oksels van de bladeren staan de vrijstaande bloemen op hun tamelijk lange stelen. De kroonbladen zijn 2-3 maal zo lang als de kelktanden. Het zijn vijftallige, regelmatige bloemen die in de maanden juni, juli en augustus bloeien. De vijf meeldraden staan voor de vergroeide kroonslippen ingeplant en zijn onderaan tot een kokertje vergroeid. De helmdraden zijn als enig onderdeel van de plant behaard. Het bovenstandig vruchtbeginsel groeit uit tot een doosvrucht, die net als bij de twee andere Guichelheilsoorten met een equatoriale snede opent. Het zaad wordt verspreid door watervogels.

De zeldzame soort is te vinden in natte kalkhoudend grasland in duinvalleien en in moerassige heiden. Ook is ze wel te vinden in natte graslanden met laag blijvende begroeiingen.

MM_130807

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Guichelheil - Anagallis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
roze, rood
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvormen:
vijftallig, trechtervormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
kruipend
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
rond, eirond
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
internodiën wortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Teer guichelheil is erg klein en typisch Atlantisch en west-mediterraan. We vinden de soort van het Atlasgebied en het Iberisch schiereiland tot Frankrijk, Groot-Brittannië en de Faröër. De oostgrens van het areaal loopt door Nederland, het Bovenrijndal en West-Italië. Ook op de Azoren is de soort aangetroffen. We vinden het in duinvalleien die in de winter vaak onder water staan. Zo is onze video-opname gemaakt in het natuurgebied Oost-Voorne op Voorne-Putten in Zuid-Holland, een van de weinige plekken waar de soort nog goed gedijt. Ze maakt deel uit van de in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven

09Ba4 Knopbies-associatie

De plantensoort 'Teer guichelheil' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Teer guichelheil kan de winter overleven doordat zijn standplaats dan onder water staat. Zonder deze bescherming door het water zou het doodvriezen. De plant gaat gedeeltelijk drijven in dit water en na droogvallen van de duinvallei staan ze soms wel half-opgericht in de vegetatie. Het kan onder deze omstandigheden zelfs grote matten vormen.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Teer guichelheil verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 68-69.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 453. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 565; in deze flora staat Teer guichelheil niet langer als vermeld op de rode lijst.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 810.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Anagállis tenélla.