Een wintergroene varen met donkergroene en lichtgroene bladerren of bladveren is Stijve naaldvaren. Uit de tanden van de bladranden van de segmenten van de tweede orde treden stijve naalden of stekels naar buiten. De sporenkapsels zitten in twee rijen links en rechts van de nerf van de bladsegmenten. Elk bladsegment heeft een verbreding aan de basis die naar de top van de deelveer wijst.
Een meerjarige, wintergroene varen met bladveren tot een kleine meter grootte is Stijve naaldvaren, Polysticum aculeatum (L.) Roth uit de Niervarenbfamilie of Dryopteridaceae.
Op een ondergronds rhizoom of wortelstok, dat bij een al heel oude plant soms als een stammetje boven het maaiveld te zien is. staan de bladveren of bladeren die een lengte hebben van meestal meer dan 30 cm tot tegen een meter. Wat daarbij opvalt is dat je meestal meerdere bladveren bij elkaar in een bundel of toef tot rozetachtig ziet staan, waarbij aan de kleur van de bladveren al te zien is dat je met bladeren te doen hebt van vorige jaren en nieuwe, in het huidige jaar, ontstane bladveren. De eerste zijn heel donker leerachtig en glanzend groen van kleur, terwijl de nieuwe bladeren nog lichtgroen van kleur zijn. De bladveren of bladeren zijn dubbel geveerd dit wil zeggen dat de veren opnieuw zijn opgedeeld in kleine blaadjes of segmenten. De grootste breedte van de wat elliptische bladveer is in het midden van het blad, zeker niet onderaan. Het onderste deel van de bladsteel is bezet met roodbruine schubben.
De kleine bladdeeltjes hebben een ingesneden rand en ieder bladdeel tussen de insnijdingen eindigt in een tand met stijve naald of stekel van soms wel 2 mm lang. Aan deze stekels of stijve naalden dankt de soort zijn Nederlandse soortsnaam. De nerven van deelblaadjes of segmenten lopen tot de bladrand door in de stijve naalden. Ze buigen dus niet terug voor de bladrand, zoals bij IJzervaren het geval is. De sporenkapsels of sporangiën liggen in twee rijen links en rechts van de nerf van een deelblaadje. De dekvliesjes zijn rond en in het midden aangehecht. Opvallend is dat het eerste deelblaadje van een zijveer een verbreed gedeelte heeft dat de bladsteel vaak bedekt. De bladsegmenten hebben onderaan een verbreding of oortje die in de richting van de top van deelveer wijst. Het lijkt een beetje een hand met opgestoken duim zoals lifters plegen te tonen als ze om een lift met een automobilist verzoeken.
MM_260110
Stijve naaldvaren tref je aan op enigszins kalkrijke vochtige bodem in loofbossen en holle wegen en grubben, bijvoorbeeld in Zuid-Limburg en aangrenzende delen in België en Duitsland, en ook wel op muren en onder duindoornstruweel. Verder in de gematigde delen van Europa, Klein-Azië tot in Iran. Je vindt deze varensoort ook wel in de stedelijke omgeving als gevolg van het feit dat sporen komen binnenwaaien van varenplanten die in tuinen zijn aangeplant.
Bijzonder is toch wel de opvallend stijve naalden die uit de bladrandtanden treden. Ook de meestal aanwezige twee typen bladveren of bladeren en het daardoor wintergroen zijn van de varen valt op. Beide kenmerken zijn gemakkelijk bij de verwijzing naar Stijve naaldvaren.
Meer informatie over de ecologie van Stijve naaldvaren en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 44
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 62. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 82.
Haveman, R. et al. (2021) Nova Flora Neerlandica, deel 1 Wolfsklauwen, Biesvarens, Paardestaarten en Varens. KNNV Uitgeverij: 216-218.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 169.
Denters, T. (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 279.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Polýstichum aculeátum