Riviertandzaad - Bidens radiata

Riviertandzaad, Bidens radiata, is een eenjarige pioniersoort van zandige uiterwaarden en droogvallende stranden van grote rivieren en plassen en meren. Hij ontwikkelt een brede wat bossige vorm en heeft aan de uiteinden van de stengels en zijn vertakkingen hoofdjes staan met gele buisbloemen. Lintbloemen zijn niet of nauwelijks aanwezig. Wel vallen de buitenste omwindselbladeren op die als zonnestralen het hoofdje omgeven. De zaden hebben twee stekelige naalden met weerhaken, waarmee ze in je sokken kunnen blijven hangen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Eénjarig Riviertandzaad, Bidens radiata Thuill., uit de Composietenfamilie of Asteraceae, is een nieuwkomer in ons land die je vooral kunt aantreffen in de uiterwaarden van onze grote rivieren. Hij is daar nog zeldzaam maar kan zich de komende jaren gaan uitbreiden omdat hij vooral gedijt op droogvallende zandige rivierbodems, zoals we in de zomer van 2026 hebben kunnen meemaken.

Na het kiemen van een zaad ontwikkelt de plant een ondergronds hoofdwortelstelsel en bovengronds een stengel die sterk vertakt waardoor de plant een bossig uiterlijk heeft. De stengels zijn gevuld en verkleuren naar rood. Aan de stengels en hun vertakkingen zitten de bladeren tegenover elkaar, hetgeen voor Tandzaden geldt en bijvoorbeeld ook voor Alsemambrosia, maar het is uitzonderlijk in de familie van de Composieten. De bladeren zijn veerdelig en hebben 3 tot 5 deelblaadjes. De bladsteel is gevleugeld dat wil zeggen dat er een smalle bladrand aanwezig is aan beide kanten van de bladsteel. De bladsteelvoeten zitten om de stengel verbonden met de bladvoet van het tegenoverstaande blad. De tanden van de deelbladeren wijzen enigszins naar voren en staan wat naar binnen gekromd.

De bloeiwijze bestaat uit een aantal hoofdjes die staan op het einde van de stengel en de vertakkingen. Daardoor lijkt de gehele bloeiwijze wat op een tuil. In het hoofdje staan zelden lintbloemen en als ze er staan zijn de linten heel kort. Vooral tweeslachtige buisbloemen die ook een gele kleur hebben spelen de hoofdrol. In plaats van pappus heeft iedere buisbloem twee stekelharen met weerhaken. Deze herken je ook aan een vrucht met zaad. Met die stekels of tanden met weerhaken is verspreiding coor dieren verzekerd. Immers, ze blijven daarmee in de vacht hangen. Opvallend zijn de grote omwindselbladen die als stralen van de zon naar buiten wijzen; en een tweede rij binnenomwindselbladeren staat tegen de bloemen en die bladen zijn zo kort dat ze nauwelijks opvallen.

Dat het zaad en dus ook het onderstandig vruchtbeginsel twee tanden heeft als pappus, maakt Riviertandzaad gemakkelijk te onderscheiden van drie andere Tandzaadsoorten, namelijk  Veerdelig tandzaad, Knikkend tandzaad en Smal tandzaad. Alleen Zwart tandzaad heeft eveneens twee stekels of tanden, maar onderscheidt zich van Riviertandzaad door de ongevleugelde bladstelen.

MM_261005

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Tandzaad - Bidens
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
composietenbloem, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
dopvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
oneven geveerd, samengesteld
Bladrand:
getand
Ondergronds deel:
hoofdwortelstelsel
Plantengemeenschap:
-

In Nederland thans voornamelijk te beschouwen als rivierbegeleidende soort, breidt Riviertandzaad zich ook uit naar elders zoals droogvallende randen langs plassen en elders. Gezien zijn nog relatief korte aanwezigheid is hij nog niet in de bekende plantenassociaties te vinden, maar je kunt hem rustig tot onze pioniersoorten rekenen.

De plantensoort 'Riviertandzaad' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Het is een exoot afkomstig uit meer oostelijke streken, waarvan we het 'gedrag' in onze contreien nog niet kennen.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Tandzaden, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 57-59.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 600. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 723.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Bídens radiáta