Pekbloem kenmerkt zich door het bezit van ringen van ongeveer 1 cm breed op de stengels onder de knopen. Deze bruinkleurige ringen voorkomen dat insecten langs de stengels omhoog kunnen lopen en de bloeiwijze zouden kunnen bereiken. De bloemen staan in deze V-vormige bloeiwijze op korte stelen bij elkaar. De kleur is lichtpaars, soms wit. De bladeren kleuren blauwgroen door een waslaagje. Ze zijn eivormig.
Een eigenaardig kenmerk, namelijk in het bovenste deel van de plant zijn bruingekleurde plakkerige ringen op de stengels te vinden met een lengte van ongeveer 1 cm, die als een afweer tegen insecten dienen, die langs de stengel omhoog willen kruipen. Die plakkerige ringen bestaan uit fijne klieren. We hebben in ons geval te maken met Pekbloem, Silene armeria L. uit de Anjerfamilie of Caryophyllaceae.
De éénjarige planten hebben rechtopstaande stengels, die weinig tot niet vertakt zijn, behalve in de eindelingse gedrongen tweetakkige bijschermen, die vaak de vorm van een V hebben. Aan de stengels, die verder onbehaard zijn, staan de bladeren tegenover elkaar. Ook deze zijn onbehaard en hebben een gave rand. De onderste zijn langwerpig en naar boven toe worden ze niet alleen kleiner, maar neigt de vorm naar eirond met een top. Ze kleuren blauwgroen door het bezit van een waslaagje.
In het tweetakkig bijscherm staan nogal veel bloemen bij elkaar. Ze hebben een niet al te lange bloemsteel en een smalle vergroeide kelk met tien verticaal verlopende nerven, die met fijne haren bezet is. De kroonbladen hebben een smalle nagel, die opgesloten zit binnen de vergroeide kelk. De plaat van de kroonbladen is omgekeerd eirond, waarbij de top een beetje is uitgerand. De kleur is lichtpaars en de lange priemvormige keelschubben of bijkroonbladen vallen op. Er zijn tien meeldraden en het bovenstandig vruchtbeginsel heeft drie stijlen met stempel. De bloemen bloeien eerst mannelijk en pas daarna rijpen de stijlen met stempels; het zijn derhalve protandrische bloemen. Een goed systeem om zelfbestuiving te voorkomen.
Het vruchtbeginsel ontwikkelt zich na bestuiving en bevruchting tot een doosvrucht, die op een steel staat binnen de kelk.
MM_250218
Pekbloem is een soort uit het midden en zuiden van Europa. In onze contreien is het een geliefde tuinplant, die nogal eens verwildert, maar niet lang stand weet te houden in de vrije omgeving. Je vindt die verwildere exemplaren ook regelmatig in de stedelijke omgeving.
De afweer tegen omhoogkruipende insecten door middel van plakkerige stroken is een kenmerkende eigenschap van Pekbloem. ook Rode pekanjer heeft een dergelijk systeem, maar dat bestaat uit grote stroken donkerbruine gekleurde plakkende klieren.
Meer informatie over de ecologie van Pekbloem en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 210-211.
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 295. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 532.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 441.
Denters, T. (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 89.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam Siléne arméria