Mansoor - Asarum europaeum

Een niet alledaagse verschijning is Mansoor, die vooral goed te herkennen is aan de op een oor lijkende bladeren en aan het feit dat je de bloemen op de grond moet zoeken. Deze zijn donkerkleurig, behaard en stinken een beetje naar rottend vlees. Daarmee trekken ze vliegjes aan die zich graag voeden met lijken van dieren. Ook mieren bezoeken de bloemen wel en slepen later de zaden mee.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Mansoor, Asarum europaeum L., uit de Pijpbloemfamilie of Aristolochiaceae, is een bijzondere plantensoort die we tot de Aasbloemen rekenen. Hun bloemen lijken op een dierenlijk door de flinke beharing op de bloembuitenkant, de donkere bruinpaarse kleur, het feit dat ze op de grond liggen en bovendien kamferachtig geuren, wat wel een beetje lijkt op de stank van rottend vlees. Met dit toch wel bijzonder uiterlijk trekken de bloemen hun bestuivers aan: dieren die zich voeden met de lijken van gestorven en bedervende dieren. Aasvliegen en andere kleine vliegen horen daarbij, maar ook wel mieren.

Op de ondergrondse worteldelen, een soort van wortelstok ontwikkelen zich kruipende niet al te lange stengels. Daaraan staan de bladeren verspreid en boven aan de stengel staan twee bladeren met daartussenin een vrijstaande, naar de grond gebogen bloem. Die twee bladeren bovenaan de stengel staan eigenlijk tegenover elkaar. De bladeren hebben lange bladstelen, ze glimmen en hebben de vorm van een nier en lijken daardoor ook wel wat op een menselijk oor, vandaar de Nederlandse naam Mansoor. De planten zijn flink behaard wat je ook goed ziet aan de bladeren met hun gave rand.
De bloemen staan dus tussen twee bladstelen in en liggen op de grond. Het zijn tamelijk grote bloemen maar door hun donkere bloemkleur, bruin tot purper, tegen het zwarte aan, vallen ze niet erg op; je moet er naar zoeken door de bladeren op te tillen tot je de bloemen ziet liggen op de grond. Het zijn regelmatige bloemen, drietallig, met drie bloemdekbladen. De bloemdekbladen zijn vergroeid met elkaar en hebben een brede basis en ze lopen in een spits uit. Ze staan op het onderstandig vruchtbeginsel. Dit heeft een stijl met een breed stempeloppervlak, waaraan je kunt zien dat er een zestal stempellobben is. De smalle meeldraden, twaalf in getal lijken ingeplant op het vruchtbeginsel of de onderste rand van de bloemdekbladen.
Na bestuiving en bevruchting groeien de zaadknoppen in het vruchtbeginsel uit tot zaden, die dan opgesloten zijn in de doosvrucht. De bloemen zijn protogynisch dat wil zeggen dat de stempels eerder ontvankelijk zijn dan dat de helmknoppen uitrijpen, open gaan en het stuifmeel of pollen afgeven.
MM_230918

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Asarum - Asarum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.25 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
bruin, purper, zwart-paars
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvormen:
klokvormig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
12 vergroeid met bloemdek
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
6
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
kruipend
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, verspreid
Bladvormen:
niervormig, enkelvoudig (gewoon blad)
Bladranden:
gaaf, behaard
Ondergronds deel:
wortelstok
Plantengemeenschap:
-

Mansoor heeft een verspreiding in het midden en zuiden van Europa en het westen van Azië. De beeldopnamen zijn door ons gemaakt in het midden van Duitsland en wel in het Rote Mohr in het grensgebied van de deelstaten Hessen en Thüringen. Het areaal van Mansoor strekt zich uit tot ten noorden van de stad Verdun en bereikt de Belgische grens. Overigens kent de auteur van dit plantenpaspoort ook een groeiplaats in de Botanische Tuin (Hortus Arcadië) van de Radbouduniversiteit in Nijmegen, waar deze soort op een voor de plantensoort typische groeiplaats staat: vochtige bodem en in het schaduwdonker.

De plantensoort 'Mansoor' komt voor in de volgende plantenassociaties:

De bloemen van Mansoor worden geschaard in de groep van de Aasbloemen, dat zijn bloemen die hun bestuivers aantrekken met een geur die op rottend vlees of kamfer lijkt. De planten worden in onze contreien meestal vanwege hun interessante bladvorm en in de winter groenblijvende bladeren in tuinen aangeplant. Ze kunnen daaruit wel verwilderen en zo ook een enkele keer in onze meer natuurlijke omgeving voorkomen, maar dan vooral op beschaduwde bossen op vochtige bodems.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 94.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 791.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Ásarum europáeum