Klimopklokje - Wahlenbergia hederacea

Klimopklokje, Wahlenbergia hederacea, is een weinig voorkomende meerjarige plant, wiens lang gesteelde bladeren sterke overeenkomst hebben met klimopbladeren. De stengels zijn draaddun en liggen op de grond van vochtige bossen. De alleenstaande bloemen staan op opstijgende lange bloemstelen met een of enkele zittende kleine bladeren. De kleur van de klok- tot trompetvormige bloemen is lichtblauw tot blauw.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een meerjarige plantensoort uit de Klokjesfamilie of Campanulaceae, die, hoewel klokvormige bloemen dragend, niet tot het geslacht Campanula, maar tot het geslacht Wahlenbergia hoort is Klimopklokje, Wahlenbergia hederacea (L.) Rchb.. De meerjarige planten hebben ondergronds een overblijvend wortelstelsel in de vorm van een wortelrhizoom.

De plant heeft draaddunne vertakte stengels die op de grond liggen en op de knopen wortelen. Aan deze liggende stengels, je zou ze ook kruipend kunnen noemen, immers, ze wortelen op de knopen, staan lichtgroene bladeren, die wel wat lijken op klimopbladeren. Je vindt dit terug in de wetenschappelijke soortsnaam 'hederacea'. Deze bladeren hebben lange stelen en zijn vijflobbig met een hartvormige bladvoet. Ze staan verspreid aan de stengels.

In de oksels van een aantal bladeren ontwikkelen zich de lange bloemstelen die omhoog buigen. Aan het eind staat een alleenstaande bloem. Dergelijke bloemstelen vertakken zich en aan de bloemstelen zitten ongesteelde blaadjes. De bloem heeft vijf spitse kelktanden die onderaan vergroeid zijn. Het vruchtbeginsel zit in de kelkbuis opgesloten. De vergroeide kroonbladen zijn hierop ingeplant. Ze zijn lichtblauw tot blauw van kleur en bovenaan buigen de kroonslippen als een klok of trompet naar buiten. Op het driehokkig vruchtbeginsel staat de stijl die, nadat de helmhokken hun stuifmeel hebben afgezet op de buitenkant van de behaarde stijl, zich ontvouwt in drie lobben. De vijf meeldraden hebben helmknoppen, waarin het stuifmeel of pollen als eerste rijpt en doordat de helmhokken aan de binnenzijde openen, wordt dit stuifmeel afgezet tegen de stijl waartegen ze zijn aangedrukt.

De bloemen van Klimopklokje zijn dus protandrisch, dat wil zeggen ze zijn eerst in de mannelijke fase. Daarna pas ontwikkelt zich de vrouwelijke fase, met het openen van de drie stempellobben. Opmerkelijk is dat nadat het pollen is afgegeven alleen de helmknoppen verwelken, de helmdraden verwelken niet, hetgeen een afwijking is in vergelijking met de bloemen van het geslacht Campanula. Om deze reden is Klimopklokje in een apart geslacht geplaatst.

Bestuiving treedt bij voorkeur op door insecten, die bij een bezoek aan een bloem in de mannelijke fase stuifmeel op hun lijf krijgen als ze langs de stijl wrijven, waarop al stuifmeel zit, en bij een volgend bezoek aan een bloem in de vrouwelijke fase kan dan stuifmeel van het insectenlijf afgezet worden op de dan openstaande stempellobben. Mocht er geen bestuiving door insecten optreden, dan kan er zelfbestuiving plaatsvinden doordat de stempellobben zover uitgroeien dat ze de stijl buitenkant kunnen aanraken en daar alsnog wat pollen afwrijven.

Na bestuiving en bevruchting groeit het onderstandig vruchtbeginsel uit tot een bolvormige doosvrucht die bij rijpheid aan de top met kleppen openspringt. Uit die opening kunnen zaden verspreid worden als de wind de uitgerijpte bloem heen en weer beweegt.

MM_240114

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Wahlenbergia - Wahlenbergia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.25 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
blauw, lichtblauw
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvorm:
klokvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 in bundels
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
liggend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
hartvormig, handvormig
Bladrand:
gelobd
Ondergronds deel:
wortelend op de knopen
Plantengemeenschap:
-

Klimopklokje tref je aan op de bodem van vochtige bossen op een enkele plek in Nederland en op een aantal plekken in België.

De plantensoort 'Klimopklokje' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Bijzonder is de manier waarop Klimopklokje zich seksueel gedraagt. Het is een protandrische bloem, dat wil zeggen dat de tweeslachtige bloem tijdens de ontwikkelingsfase eerst het pollen of stuifmeel doet rijpen in de helmknoppen. Deze helmknoppen liggen tegen de buitenkant van de nog niet uitgerijpte stijl. Als het pollen rijp is openen de helmknoppen zich aan de binnenkant tegen de stijlbuitenkant; het pollen wordt tegen de stijl afgezet en de resterende, lege helmhokken verwelken. Pas dan rijpt de stamper verder en openen zich de drie stempellobben aan de top van de stijl, die dan pas ontvankelijk worden voor stuifmeel of pollen. Op deze wijze wordt ervoor gezorgd dat er primair kruisbestuiving kan optreden, immers, als een insect de bloem bezoekt als die in de mannelijke fase verkeert, kan het insect alleen maar pollen op zijn lijf wrijven en niet op de stempels. Als dan later tijdens de vrouwelijke fase een insect met pollen van een (bij voorkeur) andere bloem de bloem bezoekt kan er wat pollen van het insectenlijf afgewreven worden op de geopende stempellobben. Er treedt dan kruisbestuiving op. Slechts in geval van nood, als er geen kruisbestuiving is opgetreden, kunnen de verder doorgroeiende stempellobben nog stuifmeel opnemen van de eigen bloem dat op de stijlbuitenkant vastplakt. In dit noodgeval is er dus sprake van zelfbestuiving.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Klimopklokje, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 6

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 584. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 734.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 970-971.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Wahlenbérgia hederácea