Video Determinatie

Kleine veenbes - Vaccinium oxycoccos

Kleine veenbes, Vaccinium oxycoccos, is een niet opvallende plant, die vaak ook nog eens op moeilijk toegankelijke plaatsen groeit. Deze soort uit de Heidefamilie komt voor op veenmosbulten in Hoogveenvegetaties en Rietmoerassen. Of de plant op die plekken voorkomt is het best met een verrekijker te beoordelen. Kijk uit naar lange dunne over de veenmosbult groeiende stengels, bijna draden, met verspreid staande langwerpige bladeren, zo ongeveer 1 cm lang. Zoals bij de meeste planten is de bloei een herkenningspunt, deze valt in mei en juni. De bloemen zijn klein, met vier teruggeslagen roze kroonbladen. Later vallen de in verhouding nogal grote rode bessen op.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Naast Grote veenbes, of Cranberry, kennen we in onze streken de Kleine veenbes, Vaccinium oxycoccos L. uit de Heifamilie of Ericaceae. Een oudere wetenschappelijke naam is Oxycoccus palustris.

De Kleine veenbes is de inheemse soort van deze twee, immers de Cranberry is van oorsprong een Noord-Amerikaanse soort. We rekenen soorten als deze met een wat houtige stengel tot de dwergstruiken. De groeiwijze is kruipend met lange, tot wel 50 cm, dunne stengels die als een net over veenmosbulten liggen waarbij deze uitlopers op de knopen wortelen. De zoals gezegd wat houtige stengels hebben een diameter van 1 mm of minder. De plant vertakt zich sterk, waardoor een netwerk over bulten van veenmos gevormd wordt.

We zien dat de bladeren verspreid aan de stengel staan, het blad is klein, langwerpig tot eivormig en 5 tot 10 mm lang met een verdiepte middennerf. De bladrand is naar beneden omgerold. Aan de top is een, meestal wat rood aangelopen, hydatode te vinden, een klier die water kan uitscheidden. Aan de bovenkant is het blad donkergroen, de onderkant in contrast daarmee grijsachtig wit.

Opvallend aan Veenbes zijn de, duidelijk boven de liggende stengels opgerichte, gekromde bloemstelen, waarbij de bloemen schuin naar beneden wijzen. De bloemsteel draagt twee omhoog gerichte steelblaadjes.

Kleine veenbes heeft opvallend gebouwde roze bloemen met zowel meeldraden als stamper waarbij de meeldraden, acht in getal, als een zuiltje rondom de stijl staan. De vier kroonbladen zijn over vrijwel de gehele lengte vrij en teruggeslagen, de kelkbladen zijn klein en bestaan uit korte slippen. De stamper bestaat uit een onderstandig vruchtbeginsel, met één stijl en één stempel.

In verhouding zijn de meerzadige vruchten groot, de diameter wel twee keer zo groot als het blad, tot 1 cm doorsnee of groter, bolvormig en rood van kleur. De smaak is zurig. Opvallend is dat in de lente nog vruchten van het vorige jaar te vinden zijn.

De stengels kunnen op knopen die in contact zijn met het substraat overal wortelen.

GB _2015-09-07

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Bosbes - Vaccinium
Plantvorm:
dwergstruik
Plantgrootte:
0.15 - 0.50 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
roze
Bloeiwijze:
tweebloemig
Bloemvorm:
viertallig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkslippen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
8 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
bes
Zaden:
-
Stengel:
liggend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
eirond, langwerpig
Bladrand:
omgerold
Ondergrondse delen:
hoofd- en bijwortels, wortelend op de knopen
Plantengemeenschappen:

Kleine veenbes komt voor in een gordel van moerasgebieden verspreid over Noord-Amerika, Noord- en Midden-Europa en Midden-Azië, en wel in streken met een gematigd tot koel klimaat.

In Nederland is het een vrij zeldzame soort vooral in de Pleistocene districten, en wel in hoogveen gebieden en in de veenmoszone rond heidevennen. Daarnaast ook verspreid in veenmosvegetaties van het Laagveendistrict. In België is de soort zeldzaam in het noordoosten, aansluitend aan het Nederlandse verspreidingsgebied in zuidoost Brabant, en in de hoogveengebieden van de Ardennen.

Volgens Schaminee et al., 2010; Veldgids Plantengemeenschappen, is Kleine veenbes een kensoort van de Klasse der Hoogveenbulten en Natte Heiden [11]. Daarin vinden we Kleine veenbes in het Dophei-verbond [11Aa] en Hoogveenmos-verbond [11Ba] en het wel in de gemeenschappen

11Aa2, Associatie van Gewone dophei

11Ba1, Associatie van Gewone dophei en Veenmos en in

11Ba2, Moerasheide.

Verder in Klasse 10, Hoogveenslenken, in de gemeenschappen 10Aa2, Associatie van Veenmos en Snavelbies en in 10Aa3, Veenbloembies-associatie.

Tenslotte is de soort te vinden in de Klasse der Berkenbroekbossen [40] en wel in

het Dophei-Berkenbroek [40Aa1].

De plantensoort 'Kleine veenbes' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Meer informatie over Veenbes, onder de wetenschappelijke naam Oxycoccus is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 50

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 461. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 560, waarin de wetenschappelijke naam Vaccinium oxycoccos wordt gebezigd.

Determinatie is ook goed mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 513. In deze flora wordt de wetenschappelijke naam Oxycoccus palustris gebruikt.

Uitspraakaccenten van de wetenschappelijke naam: Vaccínium oxycóccos.