Kleine majer is een niet al te grote soort die je aan kunt treffen op zandige uiterwaarden, maar ook in moestuinen, kwekerijen en in de stedelijke omgeving. De wat vlezige bladeren staan aan de vaak liggende stengels die rood aangelopen kunnen zijn. De bladeren zijn aan d etop ingedeukt en hebben een puntje dat uittreedt uit de middennerf. De bloemen zitten in kluwens en zijn eenvoudig van structuur.
Een éénjarige plantensoort uit de Amarantenfamilie of Amaranthaceae is Kleine majer, Amaranthus blitum L.. De plant kiemt in het late voorjaar of vroege zomer en vormt een penwortel, die snel in de diepte groeit. Uit die penwortel ontwikkelen zich een of meer stengels die op de grond blijven liggen en op die manier een plakkaat vormen. Ook kan een aantal stengels opstijgend zijn. De planten zijn onbehaard.
Aan de soms rood aangelopen stengels staan de bladeren verspreid. De bladeren hebben een elliptische tot omgekeerd eironde vorm, een voet die wigvormig afloopt naar de relatief lange bladsteel en de top is afgeknot tot uitgerand en vaak treedt de middennerf daartussen als een puntje uit. De rand van d ewat vlezige bladeren is gaaf tot licht gegolfd of gekroesd. Als je een blad tegen het licht houdt en met een loep bekijkt zie je dat het bladgroen lijnvormige patronen vormt langs de nerven en ertussen. Maar tussen die patronen is het blad doorschijnend. Een kenmerk dat bij nogal wat C4 planten voorkomt en de plant de mogelijkheid geeft om in korte tijd snel en veel te fotosynthetiseren.
De kleine bloemen staan in kluwens in de oksels van de bladeren. Ze zijn eenslachtig en hebben binnen de drie bloemdekbladen of drie meeldraden of een bovenstandig vruchtbeginsel met een driedelig stempel. Hun kleur varieert van groen tot gelig roodbruin. De eenzadige vrucht is afgeplat en de vruchtwand splijt onregelmatig open. Dat is enigszins afwijkend van de andere Amarantensoorten die dwars opensplijten om het nootje vrij te laten. Onder elk bloemetje zit een schutblaadje dat nog kleiner is dan de bloemdekbladen.
Soms is het uiteinde van een stengel niet bebladerd en dan is daar een pluimvormige bloeiwijze te zien.
MM_260630
Het areaal van Kleine majer is Europees en wel vooral rond de Middellandse Zee, in tegenstelling tot de arealen van de meeste anderre Amaranten die van oorsprong Amerikaans of Australisch zijn. Vanuit het Middellandse Zeegebied is de soort de landbouwende mens gevolgd en te beschouwen als een cultuurvolger. Je vindt de soort dan ook langs de grote rivieren in zandige bodems, in moestuinen en op akkers en tegenwoordig ook wel in de stedelijke omgeving waar hij tussen stoeptegels en tegen huisgevels zich koestert in de zon.
Kleine majer was in vroeger tijden wel een soort die ook werd gegeten. Maar tegenwoordig is spinazie de groente die deze rol nu vervult.
Meer informatie over de ecologie van Kleine majer en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 174.
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 299. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 502.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 426.
Denters, T. (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 242.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Amaránthus blítum