Kalkraket - Calepina irregularis

Kalkraket is vanouds een akkerkruid; tegenwoordig niet meer te vinden op moderne, industrieel bewerkte akkers, maar op plekken waar zorgvuldig beheer van ouderwetse graanakkers mag plaatsvinden. De planten vallen op door hun bossig uiterlijk, de witte tweezijdig symmetrische bloemen en de zeer onregelmatig langs de bloeiwijze-assen geplaatste hauwtjes. Ze houden van enigszins kalkrijke bodem. 

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een één- of tweejarig akkeronkruid dat gebonden is aan kalkrijke bodem is Kalkraket, Calepina irregularis (Asso) Tell., uit de Kruisbloemenfamilie of Brassicaceae, vroeger ook wel Cruciferae genoemd.

Op een ondergrondse penwortel ontwikkelt de plant als eerste een rozet. Uit die rozet komen in het zelfde jaar van kieming een of meer stengels tevoorschijn, of, als de kieming in het najaar plaats heeft gevonden en voor de winter wel al de rozet gevormd is, zie je de stengels heel vroeg in het voorjaar van he tweede jaar en begint de bloei al vroeg in de lente. De stengels zijn op doorsnede gevuld. De bladeren in de rozet zijn liervormig veerspletig. Ze hebben een wat grotere ronde eindlob en over de rest van de lengte zijn ze lobbig ingesneden; de bladvoet loopt uit in een steel. De bladeren aan de stengels staan verspreid, zijn langwerpig en hebben een pijlvormige voet: de oren van deze bladvoet zijn smal en meer dan half stengel omvattend. De bladeren zijn vlak en de rand is gaaf tot enigszins gegolfd of getand. De planten zijn onbehaard.

Boven aan de stengels, de plant kan behoorlijk wat stengels ontwikkelen en daardoor en bossig uiterlijk of habitus krijgen, ontwikkelen zich trossen met kleine witte bloemen. Kleinere planten lijken daardoor in habitus wel wat op Herderstasje. Als je de bloemen goed bekijkt valt op dat er twee kleinere en twee wat grotere kroonbladen zijn wat de bloeiwijze niet alleen tweezijdig symmetrisch maakt, maar de bloemen boven in de tros een stralend uiterlijk geeft wat we heel goed kennen van veel bloeiwijzen van Schermbloemigen.

Uit het bovenstandig vruchtbeginsel met heel korte stijl en stempel ontwikkelt zich een flesvormig hauwtje. Bovenop kun je het stempel nog zien. Er lopen vertikale groeven en aders over het hauwtje dat slechts één zaad bevat. Het hauwtje springt niet open, maar vormt met het zaadje de facto het voortplantingsorgaan. Het rijpe hauwtje is ongeveer 4 mm lang en het ene zaad daarin 3,5 mm.

De hauwtjes staan heel onregelmatig langs de as van de bloeiwijze, wat je bijna nooit ziet bij Kruisbloemigen. Aan deze eigenschap en aan het feit dat de bloemen tweezijdig symmetrisch zijn, ook al zo'n eigenschap die je nooit aantreft in deze familie, dankt Kalkraket zijn wetenschappelijke soortsnaam 'irregularis'.

MM_260423

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Calepina - Calepina
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.40 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
viertallig, tweezijdig symmetrisch, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 vier lang, twee kort
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauwtje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, glad, gevuld
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
pijlvormig, langwerpig, liervormig, veerspletig
Bladranden:
gelobd, gegolfd
Ondergronds deel:
penwortel
Plantengemeenschap:
-

Het areaal van deze akkerplant, we noemen deze inmiddels bijzondere en zeldzame soorten geen onkruiden, is het zuiden en oosten van Europa. Het is nu een soort van die tegenwoordig slechts zeldzame graanakkers die niet overbemest zijn en blootstaan aan moderne, bijna industriële landbouwmethoden. En als we ze niet meer kunnen vinden op akkers blijken deze zeldzame akkerkruiden vaak een toevluchtsoord te vinden op nabije bermen. De planten kunnen daar een soort refugium vinden en daarvoor moet wel voldaan zijn aan het gegeven dat de bodem een beetje open is, hetzij door maaien of ook wel door schapenbeweiding. Schapen hebben namelijk de ongewilde neiging om tijdens het grazen de bodem lichtelijk vrij te maken en daarmee ruimte te scheppen voor zaad om op lichtere plaatsen te kunnen kiemen.

De plantensoort 'Kalkraket' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Een interessant lijkend te worden refugium voor Kalkraket is de stedelijke omgeving, zoals moestuinen en overhoekjes waar stadsgroen zich mag ontwikkelen. Ook in boomspiegels wil de soort nog wel eens ontkiemen, waarbij je kunt aannemen dat de hauwtjes met hun zaad erin zijn aangevoerd met zandige wat kalk houdende grond van elders. Dan is Kalkraket met recht ook een stadsplant te noemen. Zo ontstaan er in onze 'opgeruimde' wereld geregeld nieuwe niches voor oude plantensoorten.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Kalkraket en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 52-53. In deze Flora luidt de Nederlandse naam nog Calepina.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 439. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 478.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 541. Ook in deze flora wordt nog de Nederlandse naam Calepina gebezigd.

Denters, T.  (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 436.

Cappers, R.T.J., Bekker, R.M. en Feddema, D. (2023) Digital Diaspore Atlas of the Netherlands. Seeds, Fruits and Anthocarps. # 1074A en B.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Calepína irreguláris