Japanse notenboom, vaak Ginkgo genaamd ook in het Nederlands, is een levend fossiel. De bladeren zijn waaiervormig met meestal een diepe insnijding in het midden van het blad, waardoor het tweelobbig is. Aan de vrouwelijke bomen vind je in het najaar geel-oranje op pruimen lijkende vruchten, die verschrikkelijk stinken als je ze kapot trapt. Ook de verkleuring in het najaar, de bladeren worden dan oranjegeel tot okerkleurig is heel decoratief. Vooral de mannelijk bloeiende bomen zijn geliefd.
Japanse notenboom, maar meestal Ginkgo genoemd, is de enige soort uit de Ginkgofamilie of Ginkgoaceae. Het is een heel bijzondere boom die je kunt aantreffen in parken, tuinen en ook als straatboom. Het is zelfs een aparte klasse, deze boom, omdat hij sterk afwijkt van de meeste ons bekende Naaldbomen en Loofbomen. Daar komt nog eens bij dat Ginkgo een heel lang bestaande plantensoort is die in 200 miljoen jaren eigenlijk steeds hetzelfde is gebleven. We kennen de boom dan ook als fossiel in steenkool en uit opgravingen en je kunt gerust stellen dat we met een levend fossiel te doen hebben.
De boom vormt een flinke stam op zijn wortelstelsel en hij vertakt in de breedte, maar soms heeft hij vooral het voorkomen van een hoog opgaande boom; dan is hij tamelijk slank en past goed in het straatbeeld.
Het is een tweehuizige plantensoort wat inhoudt dat de mannelijke voortplantingsorganen enkel en alleen op één boom kunnen voorkomen en de vrouwelijke uitsluitend op een andere. De mannelijke stuifmeel producerende katjes en de vrouwelijke katjes die voor eicellen zorgen zitten op verschillende bomen en de wind zorgt ervoor dat het stuifmeel door de lucht getransporteerd wordt. In het vroege najaar zijn de bevruchte eicellen uitgegroeid en vormen vruchten die lijken op pruimen. Deze zijn niet eetbaar, maar de pitten in de vrucht worden in China gebruikt in de keuken. Het vruchtvlees van deze pruimen stinkt ontzettend naar poep en pies en je kunt dan ook de vrouwelijke boom die vruchten draagt en heeft gedragen van een flinke afstand aan deze vieze geur herkennen. Immers als de pruimen op de grond of stoep gevallen zijn en mensen en dieren erover heen lopen worden de rijpe pruimen vertrapt, gaan ze open en laten hun geur vrij.
Bij de aanplant van Ginkgo, die mooi oker kleurt in het najaar wordt dan ook rekening gehouden met de tweehuizigheid en plant men bij voorkeur mannelijk bloeiende bomen.
Je herkent Ginkgo gemakkelijk aan zijn bladeren. De bladeren staan in bundel en komen tezamen met de katjes uit de uitbottende knoppen tevoorschijn. Aan beide geslachten komen deze typische bladeren voor. Ze hebben een duidelijke steel en vormen vanaf de steel een soort van waaier met een brede bovenrand die meestal in het midden heel diep en soms ook nog op andere plaatsen is ingesneden. Heel opmerkelijk is ook de nervatuur, want je ziet vanuit de bladsteel de nerven prachtig parallel van elkaar naar buiten buigen. Door die diepe insnijding heeft het blad als het ware twee lobben en dat zie je terug in de wetenschappelijke soortnaam: 'biloba' dat zoveel betekent als 'tweelobbig'.
MM_2608114
Ginkgo biloba is een boom uit het oosten van Azië; Japan en China. De eerste Ginkgo in Europa is daar gebracht vanuit Japan en wel in 1730. Deze Ginkgo staat in de Hortus Botanicus van de Utrechtse Universiteit.
Kunst
Ginkgo inspireert veel kunstenaars. Zo wordt de boom vaak geschilderd , maar vooral de bladvorm inspireert bijvoorbeeld zilver- en goudsmeden om bijvoorbeeld broches of hangers te maken in de vorm van het tweelobbig blad met zijn mooie nervatuur.
Stank
Onder de titel 'Het mysterie van naar kots stinkende bomen' is door Rik Kuiper in de Volkskrant van 11 augustus 2026 een interessante beschouwing gepubliceerd over de Japanse notenboom of Ginkgo biloba naar aanleiding van de stank die vertrapte vruchten van de (vrouwelijke) boom veroorzaken. Zeer lezenswaardig. Aan te bevelen is dan ook om deze vrouwelijk bloeiende bomen niet in de stedelijke omgeving te plaatsen maar midden in parken waar de kans dat in het najaar de stank mensen 'plaagt' veel kleiner is.
Een gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 193.
Tineke de Jong: Stadspark Maastricht, een arboretum in de stad, hfdst 19 in G.D. Majoor, O.P.J.H. Op den Kamp, T. de Jong-van Heusden, M.J.M. Martens & R.H.J. Erkens (redactie), 2020. Natuurlijk Maastricht. Compacte stad in een weids landschap. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht pp. 363-381.
D. Schaap en T. van den Berg (1979) Parken, Tuinen en Landschappen van Nederland. Moussault's Uitgeverij, Baarn; Meijer Pers B.V. Amsterdam. pp. 46.
Rik Kuiper (2026) Het mysterie van naar kots stinkende bomen. Volkskrant, dinsdag 11 augustus 2026.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Gínkgo bíloba