Hartgespan is een opvallende plant uit de Lipbloemenfamilie met dicht op elkaar staande roze tot rode bloemen in schijnkransen. De bladvorm is handvormig vijfdelig in het onderste deel van de plant en naar boven toe lancetvormig. Soms vertakt de tot bijna een meter hoge plant en krijgt daardoor een bossig uiterlijk.
Een ruigteplant bij uitstek is de één- tot meerjarige Hartgespan, Leonurus cardiaca L., uit de Lipbloemenfamilie of Lamiaceae. Kwam de plant vroeger meer voor, in ruigten, langs bosranden en bij boerderijen, tegenwoordig is ze slechts spaarzaam te vinden. Dat heeft alles te maken met het opruimen van ruigteplekken en het schoonmaken van allerlei plekken in de stedelijke omgeving, waar deze soort ontsnappend uit tuinen ook verwilderd voor kan komen maar zeldzamer wordt. Van oorsprong is de soort als artsenijplant in kloostertuinen en moestuinen gekweekt.
Op het ondergrondse wortelstelsel ontwikkelt zich een rechtopstaande stengel die vertakt waardoor de hele plant een wat bossig uiterlijk, of habitus, kan hebben. De bladeren staan tegenover elkaar en zelfs kruisgewijs aan de vierkante stengel. De vorm der bladeren is nogal verschillend. Beneden aan de plant staantamelijk grote handvormige bladeren met nogal diep ingesneden en daardoor vijf spitse bladdelen. Naar boven toe worden ze kleiner en midden in zijn ze driespletig, terwijl ze naar boven toe lancetvormig zijn. De bladranden zijn daarbij grof gezaagd. Alle plantendelen zijn bezet met fijne haren.
De lipbloemen met roze tot rode kronen staan in schijnkransen in de oksels van bladeren. De kelken zijn vijftandig met een stekelpunt waarvan de onderste twee naar voren en beneden zijn gebogen. In de knop zijn de kronen al sterk behaard met witte en deze beharing blijft op de geopende kronen goed zichtbaar. De bloemen zijn tweemachtig, dat wil zeggen dat ze twee lange en twee korte meeldraden hebben die onder de bovenlip gebogen zijn. Ze steken niet buiten de bovenlip van de bloemkroon uit. Dat doet de tweelobbige stempel wel. Die steekt ver naar buiten, zodat stuifmeel of pollen dat op de rug van een bezoekend insect zit aan de stempellobben wordt afgewreven. Het bovenstandig vruchtbeginsel groeit na bestuiving en bevruchting uit tot een vierdelige splitvrucht.
Opmerkelijk is de verspreiding van de plant. Na de bloei verhout de stengel terwijl de kelken met hun vruchten nog aan die stengel en vertakkingen zitten. Langslopende dieren krijgen dan een stuk van de verhoute stengel in hun vacht mee, want door de naar beneden gebogen voorste kelktanden met de stekelige punt blijft zo'n stuk haken in de vacht.
MM_260331
Van oorsprong is het een plantensoort uit Azië die vanwege zijn rustgevende effecten wel werd gekweekt in kruidentuinen van kloosters en in moestuinen. Zo is de soort in Eurazië verspreid geraakt, in het westen van Europa en in onze contreien terechtgekomen en hier en daar verwilderd. Ook in Amerika is de soort tgenwoordig te vinden. Het areaal is derhalve behoorlijk groot maar de oort wordt steeds zeldzamer. Aangezien hij van kalkrijke bodems houdt is Zuid-Limburg en de aangrenzende delen in België voor zijn voorkomen in onze contreien van belang. Mogelijk is het rustgevend effect op hart en bloedvaten in de komende tijd goed voor een instandhouding van de soort.
Aangezien Hartgespan van vochtige, kalkrijke bodems houdt ondervindt de soort nog wat concurrentie van Grote brandnetel.
Een van de beroemde gedichten van Victor Westhoff heet Hartgespan.
Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Hartgespan verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 162-163.
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 505. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 613-614.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 927.
Denters, T. (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 110.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Leonúrus cardíaca
In het Duitse taalgebied: Echtes Herzgespann, Lippenblütengewächse; cf Kosmos Naturführer (2017). In Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora, heet de soort Herzgespann of ook wel Löwenschwanz.