Groot akkerscherm - Ammi majus

Groot akkerscherm, Ammi majus, herken je aan de samengestelde schermen met meestal 25 of meer schermpjes met witte bloemen. De omwindsels en omwindseltjes bestaan uit meerdere samengestelde lijnvormige blaadjes. Er zijn twee soorten bladeren: veerdelige met fijne deelblaadjes boven in de plant en dubbelveerdelige met bredere deelblaadjes onder in de plant. De randen zijn gezaagd. De splitvruchten zijn niet gestekeld en maar klein, ongeveer 1,5 mm groot.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Groot akkerscherm, Ammi majus L., uit de Schermbloemenfamilie of Apiaceae is een éénjarige exoot uit het zuiden van Europa, die als snijbloem wel geliefd is en verder adventief voorkomt bijvoorbeeld op plekken waar zaad gemorst is. De planten die we hier beschrijven hebben we in het Heuvelland gevonden op een niet bespoten stuk tussen bespoten akkers.

Op de penwortel, die stevig in de grond verankerd is, ontwikkelt zich een rechtopstaande stengel. Deze heeft een beetje een zig-zag vorm. De stengel is gevuld en gegroefd tot geribbeld en is niet behaard.Er zijn twee soorten bladeren te onderscheiden, die overigens allemaal een schede hebben die weinig opvalt en maar smal is. De bladeren onder in de plant zijn dubbel geveerd en hebben deelblaadjes die tot 2 cm breed zijn. Hun rand is fijn gekarteld tot gezaagd. Boven in de plant tref je bladeren aan die oneven geveerd zijn en bestaan uit fijnere smalle deelblaadjes, die niet breder zijn dan pakweg zo'n 7,5 mm. Ze zijn in verhouding ook veel langer gerekt, dan de deelblaadjes onderin die meer ovaal van vorm zijn. De deelblaadjes van de bovenste bladeren zijn duidelijk van een gezaagde bladrand voorzien.

Boven aan de stengel en de vertakkingen ontstaan de bloeiwijzen, samengestelde schermen. Ze vallen op door het grote aantal schermpjes, dat meer dan negen bedraagt, tot wel veertig schermpjes toe. De schermpjes dragen veel, witte bloemen, en zijn een beetje koepelvormig. De regelmatige bloemen zijn klein en alleen de vijf kroonbladen zijn eigenlijk te zien; voor de kelktanden moet je een loep gebruiken. De onderstandige vruchtbeginsels groeien uit tot kleine, 1-2 mm grote, niet gestekelde splitvruchten. Onder ieder samengesteld scherm staat een aantal omwindselbladen, die net als bij Peen gedeeld zijn, en ook onder ieder schermpje staat een omwindseltje met wel zeven omwindselblaadjes. In tegenstelling tot Peen trekt in de vruchttijd het samengestelde scherm zich niet samen tot een zogenaamd nestje, maar blijft in een vlak uitgespreid staan. Aan een uitbottende bloeiwijze steken de blaadjes van de omwindseltjes boven het schermpje met bloemetjes uit. Ook verdikken de schermstralen niet tijdens de vruchttijd een onderscheid met Fijn akkerscherm, dat bovendien net als Peen een vogelnestje vormt, door zich samen te trekken.

MM_231016

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Akkerscherm - Ammi
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 0.80 meter
Bloeiperiodes:
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
samengesteld scherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kroonbladen, 5 kelktanden
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gegroefd, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
dubbel geveerd, oneven geveerd, even geveerd
Bladrand:
fijn gezaagd
Ondergronds deel:
penwortel
Plantengemeenschap:

Groot akkerscherm is een soort die van oorsprong thuis is in het zuiden van Europa en in onze contreien wel als snijbloem wordt gezaaid in tuinen. Uit deze tuinen verwildert de soort en kan zo in onze wilde flora gevonden worden. Ook kan het zijn dat zaad gemorst wordt, wat in onze situatie in het Heuvelland wellicht het geval is, waar we een mooie groeiplek aantroffen op een stukje akker tussen twee gerooide percelen.

De plantensoort 'Groot akkerscherm' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Groot akkerscherm lijkt sinds het midden van de negentiger jaren van de twintigste eeuw wat meer standvastig te worden in akkers en akkerranden in Vlaanderen en Limburg. Mogelijk raakt de plantensoort langzaam maar zeker van adventief tot ingeburgerd.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van XX en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2:

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 566. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 764.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 641.

Denters, T.  (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 221.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Ámmi május