Goudenregen - Laburnum anagyroides

Aan de lange trossen met gele bloemen herken je de Goudenregen, Laburnum anagyroides, tijdens de bloei. De tot 7 m hoog worden struik groeit met zijn klimmende stam tegen andere bomen, in parken bijvoorbeeld, of zelfs tegen de muur van huizen, bijvoorbeeld in tuinen. De gele bloemen hebben een bruine vlek op de vlag die als honingmerk dient.

De meerjarige struik, soms boom, die je herkent tijdens de bloei aan zijn heel lange trossen goudgele vlinderbloemen is de Gouden regen, Laburnum anagyroides Medik, uit de Vlinderbloemenfamilie of Fabaceae.
De tot 7 m hoog wordende meerstammige heester of boom heeft een gladde lichtbruine bast en groene twijgen. Deze zijn aangedrukt behaard. De bladeren zijn drietallig en soms ook wel vijftallig en elliptisch van vorm en enigszins gepunt aan de top. Hun kleur is grijsgroen en van onderen zijn ze zijdeachtig behaard.
De trossen met goudgele bloemen maken de Gouden regen tot een fraai geheel. Er zijn veel bloemen in de hangende trossen. Deze zijn 2 cm groot en wat opvalt is dat de ontluikende bloemen zich voor het openen keren, zodat de vlag toch naar boven komt te staan. Er is geen nectar maar wel een bruin honingmerk op de vlag. De bloemen zijn zoet geurend. De kelk is tweelippig, wat wel een wat afwijkende bouw is voor een Vlinderbloem. Na bevruchting door grotere insecten als hommels groeit het bovenstandig vruchtbeginsel uit tot een rond de vijf cm lange peulvrucht; deze is aanvankelijk behaard, maar later kaal. De zaden in de peulvrucht zijn donkerbruin tot zwart en ze bevatten net als de andere delen van de heester het zeer giftige alkaloid cytisine.
De peulvrucht is zeer giftig.
MM_200607

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Laburnum - Laburnum
Plantvorm:
struik of boom
Plantgrootte:
1.00 - 7.00 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
geel, bruin
Bloeiwijze:
tros
Bloemvorm:
vlinderbloemtype
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengel:
klimmend
Schors:
geribd, glad, lichtgrijs, bruin
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
drietallig, oneven geveerd, samengesteld
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

De plantensoort is afkomstig uit kalkrijk bergland uit het zuiden van Europa, die als sierplant in parken en tuinen wordt aangeplant. De plant heeft geen uitgesproken voorkeur voor bodem of groeiplaats en is hier en daar ook verwilderd in bosschages aan te treffen; in hoeverre de soort inburgeren kan is niet duidelijk.

Foto en videomateriaal heeft Herman verzameld in Maastricht

De plantensoort 'Goudenregen' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Naam

De Goudenregen ontleent de naam aan de fraaie rijke hangende bloemtrossen die vrij langdurig als een gouden regen bloemen leveren. De plant is nauw verwant aan de bremsoorten en hoort daarom in het geslacht Cytisus thuis. Deze naam Cytisus komt van het eiland Cythnus , één van de Cykladen in de Egeïsche Zee.

Plinius gebruikte al de benaming Laburnum (anagram van alburnum = rotting). De soortnaam anagyroides wil zeggen lijkend op anagyris hetgeen ook een Mediterrane struikvormige plantensoort is (met dank aan Jan van Twisk voor de uitleg van de naam).

Medisch effect

In Goudenregen, met name in de peul, tref je de stof cytisine aan. Uit een publicatie in het New England Journal of Medicine valt te concluderen dat deze stof helpt bij het stoppen met roken. Het effect van cytisine blijkt ongeveer 8% beter te zijn dan dat van nicotinekauwgom en -pleisters op het volharden in niet-roken. De stof is (nog) niet in Nederland verkrijgbaar, maar wordt wel aangeboden door buitenlandse websites. Let wel op het juiste gebruik en raadpleeg daarom altijd je arts (December 18, 2014 Walker N., Howe C., Glover M., et al. N Engl J Med 2014; 371: 2353-2362; en Dagblad de Limburger, 6 januari 2015).

MM_150110

Peulvrucht zeer giftig.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Goudenregen en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: ??

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 356-357. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 336.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 781.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Labúrnum anagyroídes.