Een soms vanwege de eetbare bessen gekweekte soort is Goudbes, Physalis peruviana. In het wild is het een bewoner van de uiterwaard, maar ook in de stad tref je de zacht behaarde planten aan. Ze hebben een struikachtig uiterlijk door de breed uitgroeiende vertakkingen. De driehoekige hartvormige bladeren zijn groot. De alleenstaande bloemen zijn klokvormig, geel van kleur met paarse vlekken en de rijpe bes is oranjegeel van kleur.
Een meerjarige soort uit de Nachtscadefamilie of Solanaceae is de soms vanwege zijn eetbare vrucht in moestuinen gekweekte Goudbes, Physalis peruviana L.. Maar als wilde plantensoort vind je hem vooral op de zandige uiterwaarden van de grote rivieren zoals waar de opnamen gemaakt zijn langs de Waal bij Ewijk.
Op de ondergrondse delen ontwikkelt zich een kruidachtige plant die tot twee meter hoog kan worden. De rechtopstaande stengel vertakt heel erg in de breedte waardoor de plant breeduit struikachtige habitus of uiterlijk heeft. De stengels en vertakkingen verkleuren van groen naar bruinpaars. De bladeren staan verspreid aan de hoofdstengel en de vertakkingen. Ze zijn driehoekig met een hartvormige voet en kunnen wel 10 tot 17 cm groot worden. De bladrand is voorzien van grove kartels en bezet met fijne haren. De hele plant is trouwens zacht behaard, ook de kelk en kroon.
De bloemen zijn alleenstaand en komen uit de oksels van de vertakkingen of bladstelen tevoorschijn. In verhouding tot de bladeren zijn de bloemen minder groot. Maar wel opvallend. De kelk en de kroon hebben beide een klokvorm en bestaan uit vergroeide kelk- en kroonbladen. Ze zijn ook met haren bezet. De kroon, geel van kleur met grote paarse vlekken aan de voet gaat in de loop van d e bloei wijd-klokvormig openstaan. Onder in de bloem staat een krans van haren. De meeldraden staan ingeplant op de kroon en er is één bovenstandig vruchtbeginsel met een stijl en stempel. De gefotografeerde bloem heeft vier meeldraden, maar ook vijf meeldraden, gebruikelijk bij de Nachtschadefamilie, komt voor. Na bestuiving en bevruchting groeit het vruchtbeginsel aanvankelijk uit tot een groene vrucht die opgesloten zit in de na de bloei dichtgevouwen kelkbladen, die wat geelgroen gaan kleuren en hun beharing verliezen. De uitrijpende bes zit dan als het ware in een lampion opgesloten, wat de geslachtsnaam Lampionplant ook aangeeft. Na enige rijpingstijd verdrogen de kelkbladen en zien er dan bruinig vliezig uit. De vrucht, een bes, is dan inmiddels geeloranje van kleur geworden. De bes is eetbaar.
MM_260317
Goudbes is afkomstig uit Zuid-Amerika en wordt in tuinen aangeplant vanwege de oranjegele sappige bessen die eetbaar zijn. Uit die tuinen kan de plant ontsnappen en hij duikt dan op in de wilde inheemse flora. Aangezien hij zich daar gemakkelijk handhaaft en mogelijk inheemse soorten kan verdringen is de plant in de Global Invasive Species Database (GIDS) opgenomen en wordt ook als Invasief gekenschetst in de Heukels'Flora.
Goudbes heeft nog een aantal andere namen die als synoniem beschouwd kunnen worden: ananaskers, incabes, Kaapse kruisbes, kaibes of Kaapse goudbes.
Goudbes wordt wel als een 'superfood' beschouwd. De bessen bevatten vitamines en antioxidanten. Vanuit uitgespuugde zaden na consumptie komt de plant tegenwoordig op straat terecht en kan ontkiemen en snel uitgroeien.
Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 484. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 594.
Denters, T. (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 179.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Physális peruviána