Glansbesnachtschade - Solanum nitidibaccatum

Vooral op zandige uiterwaarden en ook op andere mineraalrijke zandige gronden komt Glansbesnachtschade voor. De tot kniehoogte uitgroeiende planten zijn sterk behaard en herken je tijdens hun bloei aan de lantaarnvormige bloemen met witte kroonbladen en gele helmknoppen. In de bloem is ook een geel hart zichtbaar en opvallend zijn de zwarte gekromde lijntjes. De vrucht is een glanzend groene later donkerder wordende bes. Aan die glanzende bes dankt de soort zijn naam.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een eenjarige soort die het goed doet op zandige bodems, bijvoorbeeld op uiterwaarden en zandige rivierstrandjes, is Glansbesnachtschade, Solanum nitidibaccatum Bitter, uit de Nachtschadefamilie of Solanaceae.

Na kieming ontwikkelt de plant een hoofdwortel met zijwortels waarop zich een rechtopstaande wat geribbelde stengel vormt die ook zijtakken in de breedte maakt. Daardoor lijkt de plant wat breeduit groeiend. Aan de holle stengels en zijtakken staan de alleenstaande bladeren verspreid. Ze hebben een driehoekige vorm en een wigvormig aflopende voet. De veerdelige bladeren hebben een gave tot getande bladrand, waarbij de tanden tamelijk grof zijn.

De bloeiwijzen zijn trosvormig en bestaan uit een aantal bloemen. het zijn er een stuk of drie tot vijf; en een enkele keer kunnen het er nog een of twee meer zijn. De bloeiwijze stengel komt zijdelings tevoorschijn uit de stengels en zijtakken. De bloemen zijn vijftallig en lijken wel een beetje op een lantaarn zoals we dat kennen van Bitterzoet en Zwarte nachtschade. Zowel kelk- als kroonbladen zijn met elkaar vergroeid en het valt op dat de kalkbladen aanvankelijk niet al te groot zijn, zo omstreeks 2 mm lang en een mm breed, maar in de vruchttijd blijven ze om de bes staan en groeien uit tot 3,5 bij 3,5 mm. Ze staan dan tot ongeveer halverwege om de bes heen. De vergroeide kroonbladen zijn wit van kleur, maar in het hart van de bloem is de kleur geel. Opvallend zijn d ezwarte lijnen onderin de bloemkroon. Ze zijn gebogen tot u-vormig. De meeldraden staan op de kroon ingeplant en de helmknoppen lijken met elkaar vergroeid en geven de bloem de vorm van een lantaarn. dat wordt nog versterkt doordat de bloemen naar beneden hangen.

Het bovenstandig vruchtbeginsel groeit na bestuiving en bevruchting uit tot een bes. Deze glanst aanvankelijk heel sterk en is groen van kleur met licht enigszins geelachtige aderen. De bes groeit uit tot maximaal bijna 1,5 cm in doorsnede en kleurt dan naar donker bruin-paars.

De hele pant inclusief kelk- en kroonbladen is bezet met veel nogal lange haren en wat klierharen; je zou verwachten dat ze daardoor kleverig aanvoelt, maar dat is in de praktijk niet zo. Wel geuren ze wat aangenaam.

MM_260303

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Nachtschade - Solanum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 0.40 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met de kroonbladen
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
bes
Zaden:
-
Stengels:
geribd of geribbeld, behaard
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
driehoekig
Bladranden:
getand, behaard
Ondergronds deel:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van Glansbesnachtschade is Zuid-Amerika. In onze contreien heeft deze exoot een goede standplaats gevonden op droge, wat mineraalrijke en zandige uiterwaarden langs de grote rivieren. Ook op omgewerkte bodem en akkers tref je hem wel aan.

De plantensoort 'Glansbesnachtschade' komt voor in de volgende plantenassociaties:

De plant is giftig.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Glansbesnachtschade verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 189

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk:

Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 596.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:

Denters, T.  (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 182-183.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Solánum nítidibaccátum