Gevlekte rupsklaver - Medicago arabica

Gevlekte rupsklaver, Medicago arabica, is een van de drie geelbloeiende armbloemige rupsklaversoorten. Heel kenmerkend zijn de donkere tot zwarte vlekken midden op de deelblaadjes. De planten zijn te vinden in bermen en op dijkhellingen. Vooral op pas bewerkte of opgehoogde dijken kun je de soort als pionier vinden.

Een éénjarige, soms tweejarige soort uit de Vlinderbloemenfamilie, of Fabaceae, is de Gevlekte rupsklaver, Medicago arabica (L.) Huds..
De plant kiemt meestal in de herfst en ontwikkelt een penwortel met fijne zijwortels waaraan wortelknolletje te vinden zijn. In die wortelknolletjes zitten Rhizobiumbacteriën als symbionten, die luchtstikstof vastleggen.
Bovengronds ontwikkelt zich een liggende taaie stengel, die diep gegroefd is. Door de omringende planten, vaak grassen wordt de stengel wel omhoog getild in de vegetatie, maar de stengel is meer liggend dan uit zichzelf opstijgend of rechtopstaand. Daardoor blijft de plant ook vrij laag hoewel de stengel tot zo'n 50 cm lang kan worden.
Aan de stengel staan de driedelig samengestelde bladeren verspreid. Aan de voet van de bladsteel staan twee opvallende steunblaadjes. Ze hebben een sterk bochtig getande rand. De drie deelblaadjes zijn tamelijk groot en omgekeerd eivormig tot zelfs hartvormig. Hun rand is gaaf maar naar de top toe getand. De deelblaadjes vertonen in het midden een donkerpaarse tot zwarte ronde of driehoekige vlek, een goed kenmerk van deze soort. Het middelste deelblaadje heeft nauwelijks een steel, zoals we die wel duidelijk vinden bij de Sikkelklaver en de Kleine rupsklaver.
In de oksels van de bladeren ontwikkelen zich de bloeiwijzen. Deze hebben een tamelijk lange steel en meestal twee kleine licht goudgele bloemen. Het zijn dus armbloemige trossen en geen hoofdjes zoals we die aantreffen bij de Hopklaver. Doordat de bloemen klein zijn en niet aan het einde van de stengels staan, vallen ze nier erg op. Ze produceren nectar wat bestuivers aantrekt.
Na bestuiving en bevruchting groeien de bovenstandige vruchtbeginsels uit tot peulvruchten. 
Doordat één van de naden van de peulvrucht sterk uitgroeit en de andere niet ontstaat de typische opgewonden vorm die lijkt op een slakkenhuis of op een rups. Dat laatste beeld wordt versterkt door de stekels die op de peulvrucht ontstaan. Er zijn dan meestal twee van die 'rupsen' naast elkaar te zien aan het eind van de bloemsteel die je nu vruchtsteel noemt. De zaden in de peul zijn van elkaar gescheiden door tussenwanden. Doordat na uitrijping de peulvruchten uit elkaar vallen zit om ieder zaad het restant van de tussenwanden en de huid van de peulvrucht met daarop de stekels. Je mag dan spreken van een klitvrucht of stekelvrucht.
Overigens zijn de vormen van de stekels en windingen ook te gebruiken om de armbloemige Rupsklaversoorten van elkaar de onderscheiden.
MM_201001

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Rupsklaver - Medicago
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
April - Oktober
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kroonbladen, 5 vergroeide kelkbladen
Meeldraden:
10 waarvan 9 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, liggend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
samengesteld, drietallig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
penwortel, wortelknollen (met )
Plantengemeenschap:
-

Gevlekte rupsklaver heeft een verspreidingsgebied dat zich uitstrekt rondom de Middellandse Zee en langs de Atlantische kust tot en met de Britse eilanden. De noord-oostgrens  van zijn areaal loopt door Nederland. Algemeen komt de soort voor in het kustgebied van België tot en met de provincie Noord-Holland. Verder is ze algemeen in het rivierengebied. De soort tref je aan op goedwaterdoorlatende wegkanten en bermen en dijkhellingen. Als pioniersoort vestigt de Gevlekte rupsklaver zich op bewerkte en verhoogde dijkhellingen. Verder is de soort in België en Nederland meestal enkel adventief aan te treffen.

De plantensoort 'Gevlekte rupsklaver' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Leuke weetjes zijn de volgende: het is mogelijk dat Rupsklaver (Grieks Mèdikè) door de Mediër Darius op zijn veroveringstocht naar Griekenland is meegebracht naar Europa. Vanwege de stekelige de vruchtvormen hebben de Rupsklavers ook wel tot de bijnaam 'doornenkroon' geleid. De soortsnaam 'arabica' wijst op de herkomst van de plantensoort uit het oostelijk deel van het mediterrane gebied.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Gevlekte rupsklaver en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 136

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Duistermaat, L (2020) Heukels'flora van Nederland, 24ste druk: 349.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Medicágo arábica

Met dank aan Jan van Twisk voor een aantal gegevens betreffende de naamgeving.